Doolaege, Verbist & De Meyere groepsfoto
BTW–administratie aanvaardt het 'substance over form'-principe bij de uitoefening van het recht op aftrek.
20-10-2017

Opdat een btw-belastingplichtige de btw geheven op aan hem geleverde goederen of diensten in aftrek kan brengen, stelt de Belgische wetgeving enerzijds materiële vereisten en anderzijds formele vereisten.

 

materiële vereisten

 

Materieel is vereist dat de aan de belastingplichtige geleverde goederen of diensten gebruikt worden voor het verrichten van (limitatief in het btw-wetboek opgesomde) handelingen die recht op aftrek verlenen.

 

formele vereisten

 

Formeel dient de belastingplichtige in het bezit te zijn van een factuur waarop bepaalde in de wetgeving voorziene vermeldingen voorkomen.

 


factuur

 

In het verleden weigerde de btw-administratie regelmatig de btw-aftrek toe te staan omdat niet voldaan was aan de formele vereisten, ook al lag het bewijs voor dat voldaan was aan de materiele voorwaarde.

 

Het Hof van Justitie oordeelde reeds in verschillende arresten dat het fundamentele beginsel van btw-neutraliteit eist dat aftrek van de voorbelasting wordt toegestaan indien de materiële voorwaarden daartoe zijn vervuld, ook wanneer een belastingplichtige niet voldoet aan bepaalde formele voorwaarden.

 

Onder druk van deze rechtspraak heeft de Belgische btw-administratie nu in een circulaire van 12 oktober 2017 dit 'substance over form'-principe bevestigd. http://ccff02.minfin.fgov.be/KMWeb/document.do?method=view&id=242e3891-13a6-4007-bcaf-833daae839d4

Wanneer de door de belastingplichtige voorgelegde factuur niet regelmatig/onvolledig is, zal de administratie in het concrete geval het recht op aftrek beoordelen op basis van een gecorrigeerde factuur en/of in combinatie met aanvullende bewijskrachtige stukken die ondubbelzinnig betrekking hebben op de factuur (zoals bijvoorbeeld contracten, bestelbonnen, offertes, correspondentie, enz.) en die door de belastingplichtige worden voorgelegd.

 

Met andere woorden, bij wijze van voorbeeld, als de belastingplichtige kan bewijzen dat bepaalde goederen daadwerkelijk aan hem werden geleverd, zal het recht op aftrek niet meer kunnen worden verworpen omdat bijvoorbeeld de datum van levering op de factuur ontbreekt.

 

Uiteraard is wel vereist dat de belastingplichtige het bewijs levert dat voldaan is aan de materiële voorwaarden voor het recht op aftrek (en dat hij niet betrokken was bij fraude).