Doolaege, Verbist & De Meyere
BTW – Nieuwe cafetariaregeling voor ziekenhuizen, psychiatrische instellingen bejaardentehuizen, sportclubs, concertzalen, … geldt niet voor jeugdhuizen, OCMW-dienstencentra en lokale dienstencentra
05-10-2016

 

 

In principe is elke drank- en eetgelegenheid aan btw onderworpen.

 

Reeds langer bestond er een vrijstelling van btw (administratieve tolerantie) voor cafetaria’s gelegen in ziekenhuizen, psychiatrische instellingen, bejaardentehuizen, uitgebaat door sportclubs, concertzalen, … Deze administratieve tolerantie was gebaseerd op een antwoord op een parlementaire vraag van 2002.

 

 

cafetaria btw vrij ?

 

 

Met ingang van 1 januari 2017 blijven cafetaria’s vrijgesteld mits cumulatief voldaan is aan volgende voorwaarden :

 

 

  • de uitbating van de drank- of eetgelegenheid gebeurt door een belastingplichtige met volgende activiteit : ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen of dergelijke instellingen (als bedoeld in artikel 44, § 2, 1°, a), eerste lid WBTW), instellingen die bejaardenzorg of de gehandicaptenzorg tot doel hebben (als bedoeld in artikel 44, § 2, 2° WBTW), exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding (als bedoeld in artikel 44, § 2, 3° WBTW), exploitanten van musea, monumenten, natuurmonumenten, plantentuinen en dierentuinen (als bedoeld in artikel 44, § 2, 7°, WBTW), organisatoren van toneel-, ballet- of filmvoorstellingen, tentoonstellingen, concerten of conferenties (als bedoeld in artikel 44, § 2, 9° WBTW).
  • de exploitatie van de drank- of eetgelegenheid geschiedt op de site van voornoemde inrichtingen;
  • de vrijgestelde handelingen van voornoemde inrichtingen vormen een overwegend deel van de door de betrokken inrichting verrichte handelingen. Dit impliceert dat het totaalbedrag, per kalenderjaar, van de in dat eerste streepje beoogde vrijgestelde handelingen groter is dan het totaalbedrag van de overige door die betrokken inrichting verrichte handelingen, zijnde zowel de belaste als overige vrijgestelde handelingen (met inbegrip van de drank- of eetgelegenheid);
  • de drank- of eetgelegenheid is in principe slechts toegankelijk voor personen die eveneens afnemer zijn van de hiervoor bedoelde vrijgestelde diensten (bv. patiënten, bewoners, sporters, toeschouwers…), hun bezoekers of genodigden, alsook voor het personeel dat werkzaam is in de betrokken inrichting.                                                                                                                                                                                                                         Deze voorwaarde is in elk geval voldaan wanneer de drank- of eetgelegenheid niet toegankelijk is buiten de openingsuren van de inrichting én niet rechtstreeks toegankelijk is van buiten af (men moet met andere woorden eerst de hiervoor bedoelde inrichting betreden, alvorens men toegang heeft tot de drank- of eetgelegenheid). Het voldoen van deze voorwaarde kan evenwel ook worden aangetoond aan de hand van andere feitelijke elementen.
  • de ontvangsten uit de uitbating van de drank- of eetgelegenheid bedragen niet meer dan 10 % van de omzet van de in het eerste streepje beoogde vrijgestelde handelingen van de betrokken inrichting.

 

In tegenstelling tot de vroegere regeling zijn noch de aard van de verstrekte maaltijden, noch het feit dat de betrokken inrichting ook andere belaste werkzaamheden verricht voortaan nog van belang.

 

Voorgaande regeling is niet van toepassing op jeugdhuizen en OCMW-dienstencentra, zo oordeelt de administratie in haar beslissing van 12 september 2016.

 

Bij beslissing van 23 september 2016 wordt bijkomend beslist dat ook voor lokale dienstencentra, die zijn opgericht door een lokale overheid (gemeente, stad, OCMW, …) en door deze overheid zijn erkend, voornoemde cafetaria-regeling niet geldt op voorwaarde dat de drank-en eetgelegenheid uitgebaat door deze centra een jaarlijkse omzet van 80.000 EUR per vestigingseenheid niet overschrijdt. In dat geval is er sprake van vrijgestelde handelingen.

 

Rekening houdend met het feit dat lokale dienstencentra er onder meer op gericht zijn de sociale samenhang binnen een stad of een gemeente te bevorderen, gaat de btw-administratie er van uit dat de door deze lokale dienstencentra in dit kader verrichte handelingen in beginsel van de btw zijn vrijgesteld op grond van de bepalingen van artikel 44, § 2, 2°, WBTW voor zover voldaan is aan de voorwaarde inzake erkenning door de bevoegde overheid.

 

Ondanks deze administratieve toleranties kunnen ziekenhuizen, bejaardentehuizen, sportclubs, concertzalen, … in elk geval opteren om hun handelingen i.v.m. de eet- en drankgelegenheid toch aan btw te onderwerpen, zoals de wet het voorschrijft. Een grondige btw-analyse van alle activiteiten, vrijgestelde en belaste handelingen, kan hierover duidelijkheid brengen.