Doolaege, Verbist & De Meyere
NEWSFLASH: Update vragenlijst cryptomunten (aanpassing vereiste van een “voorafgaand karakter”)
17-01-2022

 

1.

Cryptomunten worden almaar meer mainstream. Zij behoren dan ook steeds meer tot de beleggingsportefeuille van belastingplichtigen.

In de praktijk stelt zich de vraag naar de fiscale behandeling van de (soms aanzienlijke) meerwaarden die worden gerealiseerd op het ogenblik van verkoop (waaronder ook de omzettingen in andere cryptomunten worden begrepen). Theoretisch gezien, zijn er drie mogelijkheden :

  • Ofwel belasting als beroepsinkomen (progressief tarief tot 50% + gemeentebelasting + sociale bijdragen);
  • Ofwel belasting als divers inkomen (vast tarief van 33% + gemeentebelasting);
  • Ofwel vrijgesteld als “normaal beheer van privévermogen”.

 

De grens tussen deze drie categorieën valt moeilijk te trekken. Men is aangewezen op criteria die in de rechtspraak werden uitgewerkt (o.a. wat betreft de mate van organisatie, de frequentie van de aan- en verkopen, de houd-periode, de oorsprong van de belegde gelden, enz.), maar een discussie met de fiscus kan nooit volledig worden uitgesloten. Voor vele belastingplichtigen is het dan ook onduidelijk of zij de door hen gerealiseerde meerwaarden nu al dan niet dienen aan te geven in hun aangifte personenbelasting.

 

Aan deze onduidelijkheid (en in feite ook rechtsonzekerheid) kan een einde worden gesteld door – op gemotiveerde wijze – een Voorafgaande Beslissing (of Ruling) aan te vragen bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB of Rulingcommissie) bij de FOD Financiën. Aan de DVB kan met name worden gevraagd of de tijdens een bepaald jaar gerealiseerde meerwaarden nu al dan niet moeten worden aangegeven en onder welke categorie. De beslissing van de DVB is vervolgens bindend voor de fiscale controleurs.

 

belasting bitcoin

2.

Wanneer er in het verleden een ruling werd aangevraagd inzake meerwaarden op cryptomunten, stootten verschillende belastingplichtigen hierbij op een belangrijke ontvankelijkheidsvoorwaarde.

In de wet staat nl. ingeschreven dat een ruling enkel kan worden afgeleverd wanneer zij wordt gevraagd voor een situatie of verrichting die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad (het zgn. “voorafgaande karakter” van de aanvraag).

 

In dit kader werd tot voor kort een zeer streng standpunt aangehouden door de DVB. In de ondertussen bekende “Vragenlijst cryptomunten” (die door de DVB werd verspreid in 2018) was destijds immers het volgende vermeld :

“1. Hebt u in 2016 of vorige jaren verkopen van cryptomunten of omzettingen van de ene cryptomunt in de andere cryptomunt doorgevoerd? Indien dit het geval is, is de DVB van oordeel dat de aanvraag niet meer voorafgaand is en kan er bijgevolg geen voorafgaande beslissing meer worden afgeleverd”

Tot voor kort was de DVB dus van oordeel dat, van zodra er in een vorig (definitief) belastbaar tijdperk reeds verkopen (of omzettingen) van cryptomunten hadden plaatsgevonden, er geen enkele ruling meer kon worden afgeleverd inzake cryptomunten aangezien niet was voldaan aan de ontvankelijkheidsvoorwaarde van het “voorafgaand’ karakter van het verzoek”. Dit was eveneens het geval indien het zou gaan om andere cryptomunten of andere begeleidende omstandigheden (bv. een langere houd-periode of lagere frequentie van verrichtingen).

 

De enige uitzonderingen die werden aanvaard, waren :

  • de situatie waarbij er in het verleden – op jaarbasis – een verlies (minderwaarde) werd gerealiseerd bij de verkopen/omzettingen (aangezien er dan hoe dan ook geen belastbare meerwaarde zou zijn geweest);
  • de situatie waarbij de eerdere omzettingen louter was gebeurd omdat een bepaalde cryptomunt (chainlink) toen nog niet rechtstreeks kon worden aangekocht in euro (Voorafgaande beslissingen nrs. 2020.2175 en 2020.2176 van 12 januari 2021);
  • de situatie waarbij de eerdere verkopen/omzettingen hadden plaatsgevonden vooraleer men Belgisch rijksinwoner was geworden (Voorafgaande beslissing nr. 2021.0041 van 2 maart 2021).

 


 3.

Het strenge standpunt van de DVB bleef op dit punt niet zonder kritiek, waardoor de DVB op 13 januari 2022 haar “Vragenlijst cryptomunten” dienaangaande heeft aangepast (zie: https://www.ruling.be/nl/downloads/vragenlijst-cryptomunten-0).

Voortaan staat hierin het volgende te lezen :

“Hebt u de voorbije jaren reeds cryptomunten verkocht of omzettingen van de ene cryptomunt doorgevoerd dan zal geval per geval beoordeeld worden of het voorafgaand karakter van de aanvraag al dan niet geschonden is en of er bijgevolg nog een geldige beslissing kan afgeleverd worden”.

 

Met andere woorden : wanneer er in het verleden (in een definitief belastbaar tijdperk) reeds verkopen of omzettingen van cryptomunten hebben plaatsgevonden, dan zal dit niet langer a priori leiden tot de onontvankelijkheid van de rulingaanvraag. De Rulingdienst zal steeds geval per geval bekijken of er toch geen ruling kan worden afgeleverd, nl. wanneer kan worden aangetoond dat de betrokken meerwaarde werd gerealiseerd in andere omstandigheden dan voorheen.

 

Een verkoop in 2020 (of eerder) zal dus niet langer a priori beletten dat er een ruling kan worden bekomen. Ook in geval van een eerdere verkoop/omzetting (tijdens een voorafgaand jaar) lijkt het dan ook verdedigbaar dat er voor een latere verkoop/omzetting nog steeds een ruling kan worden afgeleverd, dit voor zover kan worden gewezen op bepaalde gewijzigde omstandigheden zoals :

  • een langere houd-periode;
  • een lagere frequentie van aan- en verkoopverrichtingen; 
  • een andere beleggingsstrategie (bv. van day-trading naar buy & hold);
  • eerder gebeurden enkel omzettingen, terwijl de ruling wordt gevraagd voor een verkoop in euro; 
  • eerder gebeurden slechts gedeeltelijke omzettingen/verkopen, terwijl de ruling wordt gevraagd voor een volledige verkoop in euro;
  • enz.

 

Dit is uiteraard goed nieuws voor de vele belastingplichtigen die (rechts-)zekerheid wensen te bekomen omtrent de door hen tijdens 2021 gerealiseerde meerwaarden op cryptomunten.

 


Voor meer informatie kan u steeds contact opnemen met :