Doolaege, Verbist & De Meyere
Vlabel Standpunt nr. 15004 uitgebreid tot de situatie van een maatschap
22-05-2017

Vorig jaar was er al heel wat te doen rond een (betwistbaar) standpunt van de Vlaamse Belastingdienst betreffende de toepassing van art. 2.7.1.0.7 VCF (oud artikel 9 W.Succ.) op de gesplitste inschrijving van effecten en geldbeleggingen (Standpunt nr. 15004, te raadplegen op https://belastingen.vlaanderen.be). Dit standpunt komt er de facto op neer dat een schenking van roerende goederen met voorbehoud van vruchtgebruik enkel nog vrij van (latere) erfbelasting kan gebeuren wanneer zij voorafgaand aan schenkbelasting werd onderworpen. Op deze manier maakte Vlabel aldus, althans in het Vlaamse Gewest, een einde aan de zgn. ‘kaasroute’ (belastingvrije schenking met voorbehoud van vruchtgebruik voor een buitenlandse, veelal Nederlandse, notaris).

 

Op 26 april 2017 (publicatie op 27 april 2017) heeft Vlabel dit standpunt nu uitgebreid tot de situatie waarin de effecten en geldbeleggingen, die gesplitst zijn ingeschreven, worden aangehouden door een burgerlijke maatschap (alinea ‘B’).

 

euro

 

 

Vlabel onderscheidt hierbij drie situaties waaruit de gesplitste inschrijving van deze effecten en geldbeleggingen kan blijken:

ofwel uit de vermeldingen in het matenregister (materiële gesplitste inschrijving);

• ofwel uit de vermeldingen in de documenten zoals door de financiële instellingen bijgehouden (materiële gesplitste inschrijving);

• ofwel uit de zakenrechtelijke situatie van de effectenportefeuille of geldbeleggingen (juridische gesplitste inschrijving). Bijvoorbeeld: een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik hetzij van de effectenportefeuille, hetzij van de deelgerechtigdheden in de maatschap.

 

Indien deze zakenrechtelijke situatie haar oorsprong vindt in schenking gedaan onder voorbehoud van vruchtgebruik, stelt Vlabel, in toepassing van art. 2.7.1.0.7 VCF, alsnog erfbelasting te zullen heffen wanneer deze schenking niet werd onderworpen aan schenkbelasting.

 

Vlabel gaat echter nog twee stappen verder.

 

Ten eerste stelt Vlabel dat wanneer de vruchtgebruiker met de aan hem uitgekeerde opbrengsten (in de zin van burgerlijke vruchten) van de effecten nieuwe effecten koopt, die eveneens gesplitst worden ingeschreven. Ook dan is er aldus automatisch sprake van een nieuwe gesplitste inschrijving die eveneens onder de toepassing valt van artikel 2.7.1.0.7 VCF.

 

Ten tweede neemt Vlabel hetzelfde standpunt in wanneer de algemene vergadering van de maatschap beslist om de burgerlijke vruchten die de effecten en geldbeleggingen hebben opgeleverd niet uit te keren aan de vruchtgebruiker, maar wel om deze te incorporeren bij het kapitaal van de maatschap. Ook wanneer de vruchten geïncorporeerd worden, zal er bij het overlijden van de vruchtgebruiker m.a.w. erfbelasting verschuldigd zijn, tenzij er schenkbelasting betaald werd.

 

De aanvulling van Standpunt nr. 15004 met alinea ‘B’ geldt voor alle gesplitste inschrijvingen die gebeuren vanaf 1 juni 2017.

 

Op maatschappen waarvan de deelgerechtigdheden vóór 1 juni 2017 voor een buitenlandse notaris werden geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik, vindt het nieuwe Standpunt – volgens de letterlijke bewoordingen - aldus geen toepassing. Vanaf 1 juni 2017 zal men er echter wel voor moeten zorgen dat de algemene vergadering de burgerlijke vruchten systematisch uitkeert aan de vruchtgebruiker, en dat deze op een aparte rekening worden geplaatst die alleen op naam van de vruchtgebruiker staat.