Op 12 maart 2026 heeft het Europees Hof van Justitie in de zaak C-119/24 (‘Chefquet’) geoordeeld dat de federale opcentiemen van 7 % voor niet-inwoners strijdig zijn met het EU-recht. Volgens het Hof van Justitie betreffen deze federale opcentiemen namelijk een ongerechtvaardigde inbreuk op het vrije verkeer van de werknemers in het geval waarin de aanvullende belasting voor niet-inwoners leidt tot een hogere belastingdruk dan voor Belgisch rijksinwoners met dezelfde inkomsten.
Enkele weken later werd de Minister van Financiën ondervraagd over de gevolgen van dit arrest (parlementaire vraag en antwoord van 25 maart 2026). Hieronder leest u de belangrijkste ontwikkelingen en wat dit betekent voor lopende of geplande terugvorderingen.
Miljoenenbelang voor de Belgische schatkist
Dat de impact van het arrest-Chefquet gigantisch is, blijkt duidelijk uit de officiële opbrengstcijfers die de minister heeft vrijgegeven. De 7% federale opcentiemen in de belasting van niet-inwoners (BNI) brachten de afgelopen jaren aanzienlijke bedragen op:
Aanslagjaar 2022: 79 miljoen euro
Aanslagjaar 2023: 75 miljoen euro
Aanslagjaar 2024: 78 miljoen euro
Voor het aanslagjaar 2025 (inkomstenjaar 2024) zijn de data momenteel nog niet beschikbaar, aangezien de primaire inkohiering van alle belastingaangiften nog loopt tot en met 30 juni 2026. In het scenario waarin niet-inwoners massaal bezwaar aantekenen, kijkt de Belgische overheid aan tegen een potentieel verlies van honderden miljoenen euro’s door terugbetalingen.
Wetswijziging artikel 245 WIB 92 is noodzakelijk
In zijn antwoord erkent de Minister van Financiën dat de huidige wetgeving moet worden aangepast. Uit een eerste analyse van de fiscale administratie blijkt dat artikel 245 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 92) – het artikel dat de toeslag van 7% regelt – onherroepelijk moet worden gewijzigd.
Achter de schermen blijkt de fiscale administratie momenteel bezig met een uitgebreide analyse om tot een passende en sluitende wettelijke oplossing te komen. In de parlementaire vraag worden verschillende pistes gesuggereerd zoals:
- de totale afschaffing van de federale opcentiemen in de belasting op niet-inwoners, gelet op de aanvullende gemeentebelasting van 0 % in Knokke-Heist
- het hanteren van hetzelfde tarief als de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (AGPB) van de gemeente waar de niet-inwoner feitelijk werkt, of
- het uitsluiten van werknemersbezoldigingen van de grondslag waarop de federale opcentiemen worden geheven.
Naar onze mening biedt enkel de eerste piste een juridisch zekere uitkomst.
Het hanteren van hetzelfde tarief als de AGBP van de gemeente waar de niet-inwoner werkt, zal immers tal van praktische problemen geven wanneer deze niet-inwoner doorheen het jaar heeft gewerkt in verschillende gemeenten.
Het louter uitsluiten van werknemersbezoldigingen uit de grondslag van de opcentiemen lijkt ons te beperkt. Hoewel de aan het Hof van Justitie voorgelegde casus inderdaad slechts betrekking had op het vrij verkeer van ‘werknemers’, lijkt het ons evident dat het Hof ook tot diezelfde conclusie zal komen ten aanzien van ander gekwalificeerde niet-inwoners (zoals bv. bedrijfsleiders, zelfstandigen, enz.). Een oplossing die zich beperkt tot werknemersbezoldigingen laat die groepen bijgevolg in de kou staan en nodigt uit tot verdere betwisting.
Impact op grensarbeiders en de compensatieregeling met Nederland
Veel Nederlandse grensarbeiders vragen zich af wat de gevolgen zijn voor de bestaande compensatieregeling onder het (momenteel nog steeds toepasselijke) Nederlands-Belgische dubbelbelastingverdrag van 2001. De minister verduidelijkte dat deze macro-economische regeling destijds is ingevoerd om het verlies aan heffingsbevoegdheid in de personenbelasting op te vangen toen werd overgestapt van het woonstaat- naar het werkstaatprincipe.
Belangrijk om te weten is dat onder het nieuwe (nog niet in werking getreden) Belgisch-Nederlandse dubbelbelastingverdrag van 2023 al een uitfaseringsscenario is vastgelegd. Deze compensatieregeling zal in principe in 2033 definitief aflopen, zijnde tien jaar na de ondertekening van het nieuwe verdrag.
Wat moet u nu doen? Massaal bezwaar verwacht
Omdat grensarbeiders over het algemeen goed georganiseerd zijn, is de verwachting dat zij massaal bezwaarschriften zullen indienen of zullen verzoeken om een ambtshalve ontheffing. Dit zijn de twee administratief-procedurele opties om de reeds betaalde belasting terug te vorderen.
Advies: Heeft u de afgelopen jaren de vaste 7% aanvullende belasting als niet-inwoner betaald? Dan blijft het absoluut raadzaam om uw fiscale situatie te laten screenen. Zolang er nog geen definitieve nieuwe wetgeving is die duidelijkheid brengt voor zowel de voorbije als de toekomstige aanslagjaren, is het tijdig indienen van een bezwaarschrift of een verzoek tot ambtshalve ontheffing de beste manier om uw rechten op een eventuele teruggaaf veilig te stellen.
Wilt u weten of u in aanmerking komt voor een terugvordering van de federale opcentiemen in de belasting van niet-inwoners? Neem meteen contact op met ons kantoor voor een professionele beoordeling van uw dossier.