Belgische opcentiemen voor niet-inwoners in strijd met het EU-recht: hoe terugvorderen?

Hof van Justitie veroordeelt systeem van federale opcentiemen in de belasting van niet-inwoners

In de personenbelasting betalen Belgische rijksinwoners doorgaans een aanvullende gemeentebelasting. Het tarief is afhankelijk van de gemeente waarin men is gedomicilieerd en varieert van 0% (Knokke-Heist) tot 9% (Mesen).

In de belasting van niet-inwoners geldt een andere regeling. Niet-inwoners (die bv. wonen in het buitenland, maar werken in België) betalen geen gemeentebelasting, maar worden onderworpen aan federale opcentiemen van (momenteel) 7%, berekend op de basisbelasting [1].

Op deze wijze tracht de wetgever  de taxatie van inwoners en niet-inwoners gelijk te schakelen, maar dit doel wordt in de praktijk niet altijd bereikt:

  • Een niet-inwoner wordt steeds onderworpen aan een tarief van 7 opcentiemen,
  • Terwijl een Belgisch rijksinwoner soms ook inderdaad wordt onderworpen aan hetzelfde tarief (7%), maar soms ook aan een (veel) lager (bv. in Knokke-Heist: 0%) of zelfs hoger tarief (bv. in Mesen: 9%).

Bij arrest van 12 maart 2026 (C-119/24) heeft het Europees Hof van Justitie de Belgische regeling veroordeeld. Volgens het Hof van Justitie is de huidige Belgische regelgeving in strijd met artikel 45, lid 2 VWEU (het vrij verkeer van werknemers) omdat zij ertoe leidt dat de belastingdruk op niet-inwoners “althans in bepaalde gevallen, zwaarder is dan de belastingdruk die uit hoofde van die belasting op die fiscale inwoners rust”. Het feit dat niet-inwoners, bij gebrek aan federale opcentiemen, voordeliger zouden worden belast dan de Belgisch rijksinwoners, doet volgens het Hof geen afbreuk aan deze schending. Het EU-recht verbiedt immers geen omgekeerde discriminatie van inwoners t.o.v. niet-inwoners.

Hoe terugvorderen?

Het arrest van het Hof van Justitie kan door elke natuurlijke persoon die werd belast in de Belgische belasting op niet-inwoners worden aangegrepen om de hem aangerekende federale opcentiemen terug te vorderen.

In de eerste plaats kan dit worden teruggevorderd door het indienen van een bezwaarschrift. Hiervoor heeft u één jaar de tijd te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van het aanslagbiljet.

Daarnaast wordt een uitspraak van het Hof van Justitie door de fiscus ook aanvaard als grond op basis waarvan een verzoek tot ambtshalve ontheffing kan worden ingediend. Hoewel een wijziging in de jurisprudentie in principe niet als een ‘nieuw feit’ (zoals vereist door art. 376 § 1 WIB 92) wordt beschouwd, is dat per uitzondering immers wel het geval voor uitspraken van het Grondwettelijk Hof en het Hof van Justitie [2]. Via een verzoek tot ambtshalve ontheffing kunnen de onterecht betaalde federale opcentiemen  nog ten belope van vijf jaar worden teruggevorderd.


[1] Art. 245 WIB92 jo. art. 80 KB/WIB92.

[2] Zie Circulaire van 28 juni 2013, Ci. RH. 233/609.568, www.fisconet.be; Circ. 16 mei 2014, Ci.RH,421/629.195, www.fisconet.be; Circ. 1 juli 2014, Ci.RH.331/633.468, www.fisconet.be).


DVDTAXLAW beschikt over een erkende expertise en uitgebreide ervaring in het internationaal fiscaal recht (waaronder de Belgische belasting van niet-inwoners).

Heeft u in het verleden ten onrechte de Belgische opcentiemen van 7% betaald en wenst u deze terug te vorderen? Neem gerust contact op en dan helpen wij u verder.

 

Doolaege, Verbist & De Meyere BV
Koning Albertlaan 165
9000 Gent
BE 0647.999.788

+32 (0) 9 242 80 10
info@dvdtaxlaw.be