Herziening van de BTW-aftrek
Sinds 1 januari 2026 is de btw-herzieningstermijn van 15 jaar of 25 jaar ook van toepassing op werken in onroerende staat op gebouwen of gedeelten van gebouwen waarvan de gevolgen een economische levensduur hebben die overeenkomt met die van een nieuw opgericht gebouw.
Als het gebruik van een bedrijfsmiddel wijzigt moet de btw-aftrek op de investering in dit bedrijfsmiddel worden herzien en dit zolang de btw-herzieningstermijn loopt (artikel 48, §2 W.B.T.W. en artikel 6, eerste lid K.B. nr. 3).
BTW-herzieningstermijnen
Er moet met drie verschillende herzieningstermijnen rekening worden gehouden :
- De (basis)herzieningstermijn bedraagt in principe 5 jaar.
- Voor de BTW op de handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting en de verkrijging van de eigendom of van een zakelijk recht op (nieuwe) gebouwen (onroerende bedrijfsmiddelen), bedraagt de termijn 15 jaar (artikel 9, §2 K.B. nr. 3).
- Voor de gebouwen die met toepassing van BTW worden verhuurd onder het optionele stelsel bedraagt de herzieningstermijn 25 jaar (artikel 9, §3 K.B. nr. 3).
De herzieningstermijn van 15 jaar was tot voor kort ook van toepassing op de BTW afgetrokken op verbouwingswerken die zo belangrijk zijn dat er in feite een nieuw gebouw of gedeelte van een gebouw tot stand komt dat onafhankelijk kan functioneren. Wanneer het gaat om werken die leiden of bijdragen tot de eenvoudige omvorming of verbetering van een gebouw, zonder dat het gebouw als nieuw zou worden aangemerkt na uitvoering van de werken, is de herzieningstermijn van vijf jaar van toepassing (voor loutere herstellings- of onderhoudswerken aan bedrijfsmiddelen zal er in principe geen BTW herziening van toepassing zijn).
Vernieuwbouw
Het onderscheid tussen de vijfjarige herzieningstermijn en vijftienjarige herzieningstermijn is wel eens voer voor discussie. Zo was een advocatenkantoor van oordeel dat de uitgevoerde werken in onroerende staat aanleiding hadden gegeven tot een vernieuwbouw waarop de vijftienjarige herzieningstermijn van toepassing was (wat voor dat kantoor voordeliger uitkwam op het ogenblik van de invoering van de btw-plicht voor advocaten). De btw-administratie was van oordeel dat de werken enkel betrekking hadden op een grondige renovatie, zodat de BTW maar kon worden herzien binnen de vijfjarige herzieningstermijn. De zaak kwam uiteindelijk voor het Hof van Justitie (HVJ 12 september 2024, C-243/23 Drebers) dat oordeelde dat rekening moet worden gehouden met de economische levensduur van de werken (en niet louter met de vraag of er sprake is van vernieuwbouw).
Wet van 10 februari 2026
Naar aanleiding van dit arrest was de Belgische wetgever van oordeel dat de btw-wetgeving moest worden aangepast. Met de Wet van 10 februari 2026, houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde werd een wijziging gebracht aan artikel 48, §2 W.B.T.W. en het K.B. nr. 3. De toepassing van de vijftienjarige en vijfentwintigjarige herzieningstermijn wordt uitgebreid naar onroerende bedrijfsmiddelen en diensten die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan onroerende bedrijfsmiddelen worden toegeschreven. In het K.B. nr. 3 wordt dit als volgt verduidelijkt : “de werken in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek op gebouwen of gedeelten van gebouwen waarvan de gevolgen een economische levensduur hebben die overeenkomt met die van een nieuw opgericht gebouw” (artikel 9, §2, tweede lid, 4° K.B. nr. 3).
Volgens de memorie van toelichting zullen in de praktijk bouwwerkzaamheden op ad hoc basis moeten worden getoetst aan de concrete invulling die het Hof van Justitie aldus heeft gegeven aan de formulering gehanteerd in artikel 190 van Richtlijn 2006/112/EG, zoals overgenomen in het Wetboek. Er wordt in de memorie van toelichting verwezen naar de criteria die door het Hof van Justitie werden gehanteerd, met name ging het om bouwwerkzaamheden :
- die meerdere jaren hebben geduurd;
- die in hun geheel beschouwd hebben geleid tot een belangrijke renovatie van een gebouw;
- die tevens hetzelfde gebouw hebben uitgebreid;
- die een belangrijke omvang hadden, beoordeeld op basis van de totale kosten;
- die aanleiding hebben gegeven tot gevolgen die, met name gelet op de omvang ervan, dezelfde economische levensduur hebben als een nieuw gebouw.
Er zou nog een administratieve circulaire volgen met aanvullende verduidelijking.
Overgangsregeling
De nieuwe regels zijn van toepassing vanaf 1 januari 2026. Conform de memorie van toelichting zijn deze nieuwe regels derhalve van toepassing op elke relevante wijziging in het gebruik van de bedoelde diensten die plaatsvindt vanaf 1 januari 2026, ongeacht de datum waarop het belastbare feit en de opeisbaarheid van de belasting met betrekking tot deze verrichtingen zich hebben voorgedaan, mits uiteraard:
- de aftrek op 1 januari 2026 voor de belasting plichtige niet definitief verworven is op grond van de oorspronkelijke regels;
- de herziening van de belasting nog binnen de herzieningstermijn valt op basis van deze nieuwe regels.
In de memorie van toelichting wordt verder verduidelijkt dat aangezien het hier gaat om een procedurele regel, zij uitwerking heeft vanaf haar inwerkingtreding, en dat ook op situaties die onder de vroegere regelgeving zijn ontstaan maar waarvan de gevolgen nog voortduren, voor zover zij de verworven rechten van de belastingplichtigen niet aantast. De administratie kan zich met andere woorden niet beroepen op deze nieuwe regel om een herzieningsverplichting ten voordele van de Schatkist te doen herleven, wanneer een dergelijke verplichting op grond van de oude regels reeds definitief was uitgedoofd. Daarentegen kan, in de hypothese van een herziening ten voordele van de belastingplichtige zoals in het geschil dat aanleiding gaf tot het arrest van het Hof van Justitie, een dergelijke herziening ten voordele van de belastingplichtige zich wel nog voordoen op grond van de nieuwe regels voor de nog niet verlopen jaren van de herzieningsperiode.
Gelet op het feit dat de wetgever zelf stelt dat in de praktijk de bouwwerkzaamheden op ad hoc basis zullen moeten worden getoetst zal de nieuwe regeling alleszins voer voor discussie worden tussen de belastingplichtige en de btw-administratie.
DVDTAXLAW kan U als btw-belastingplichtige bijstaan bij dergelijke discussies.


