Franse dividenden: kan het FBB alsnog worden verrekend via een ambtshalve ontheffing?
Wie Franse dividenden ontvangt, kan in België onder bepaalde voorwaarden het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting (FBB) verrekenen. Maar wat als de gewone bezwaartermijn al is verstreken?
In de laatste editie van het Tijdschrift voor Fiscaal Recht (TFR) beantwoordt Mr. Elodie Blancke deze vraag in haar annotatie onder een arrest van het Grondwettelijk Hof van 17 juli 2025 (nr. 108/2025).
De conclusie is dat het Grondwettelijk Hof op 17 juli 2025 oordeelde dat de gemiste FBB-verrekening op zich geen grond vormt voor een ambtshalve ontheffing op basis van artikel 376, § 3, 1° en 2° WIB, maar dat dit niet noodzakelijk betekent dat elke mogelijkheid verloren is. Recente rechtspraak aanvaardt immers dat het niet verrekenen van het FBB in bepaalde omstandigheden kan leiden tot dubbele belasting.
Hieronder vindt u een samenvatting van deze bespreking.
Het arrest van het Grondwettelijk Hof van 17 juli 2025
In zijn arrest van 17 juli 2025 (nr. 108/2025) heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de mogelijkheid om het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting (FBB) te verrekenen bij Franse dividenden.
De zaak had betrekking op Belgische belastingplichtigen die Franse dividenden ontvingen via een Luxemburgse effectenrekening. Op deze dividenden was geen Belgische roerende voorheffing ingehouden, waardoor de dividenden in de Belgische personenbelasting werden aangegeven.
Nadat de gewone bezwaartermijn was verstreken, vroegen de belastingplichtigen alsnog de verrekening van het FBB via een procedure van ambtshalve ontheffing. De Belgische belastingadministratie wees dit verzoek af.
Het Grondwettelijk Hof bevestigde dat de verrekening van het FBB niet behoort tot de specifieke gevallen van ambtshalve ontheffing die zijn opgenomen in artikel 376, § 3, 1° en 2° WIB 1992. Volgens het Hof leidt dit niet tot een schending van het gelijkheidsbeginsel.
Is er toch een mogelijkheid via dubbele belasting?
Het arrest van het Grondwettelijk Hof sluit evenwel niet noodzakelijk elke mogelijkheid tot een ambtshalve ontheffing uit.
De vraag rijst namelijk of het niet verrekenen van het FBB, afhankelijk van de concrete omstandigheden, kan leiden tot dubbele belasting. Indien daarvan sprake is, kan dubbele belasting op zichzelf een grond vormen om een ambtshalve ontheffing te verkrijgen.
Deze benadering wordt inmiddels ondersteund door recente rechtspraak. Zo hebben onder meer de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen en het hof van beroep te Gent geoordeeld dat het niet verrekenen van het FBB bij bepaalde Franse dividenden daadwerkelijk tot dubbele belasting kan leiden en bijgevolg aanleiding kan geven tot een ambtshalve ontheffing.
De concrete omstandigheden van elk dossier zijn daarbij van groot belang.
De visie van de fiscale administratie
De Belgische fiscale administratie volgt deze rechtspraak vooralsnog niet.
In haar circulaire van 27 oktober 2025 stelt de administratie dat er geen sprake kan zijn van dubbele belasting, omdat zowel Frankrijk als België op basis van het toepasselijke dubbelbelastingverdrag heffingsbevoegd zijn.
De discussie is daarmee niet beslecht. De vraag of de Belgische belastingheffing, rekening houdend met de Franse bronheffing en het niet-verrekende FBB, in bepaalde omstandigheden leidt tot een situatie van dubbele belasting, blijft juridisch relevant.
Wat betekent dit voor Franse dividenden?
Wie de verrekening van het FBB op Franse dividenden niet heeft gevraagd binnen de gewone bezwaartermijn, heeft dus niet noodzakelijk alle mogelijkheden verloren.
Een verzoek tot ambtshalve ontheffing wegens dubbele belasting kan, afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden van het dossier, nog een mogelijke piste zijn.
Dit betekent evenwel niet dat een dergelijk verzoek automatisch wordt aanvaard. De toepasselijke voorwaarden en de recente rechtspraak moeten zorgvuldig worden onderzocht. Bovendien blijft de positie van de fiscale administratie op dit punt afwijzend.
Besluit
Het arrest van het Grondwettelijk Hof van 17 juli 2025 bevestigt dat het louter vergeten van de FBB-verrekening geen aanleiding geeft tot een ambtshalve ontheffing op grond van artikel 376, § 3, 1° en 2° WIB 1992.
Toch kan een ambtshalve ontheffing wegens dubbele belasting in bepaalde gevallen nog mogelijk zijn. Vooral voor belastingplichtigen die Franse dividenden hebben ontvangen en de gewone bezwaartermijn hebben laten verstrijken, verdient het daarom aanbeveling om het dossier grondig te laten beoordelen.
Heeft u vragen over de Belgische belastingheffing op Franse of andere buitenlandse dividenden, de verrekening van het FBB of de mogelijkheden van een ambtshalve ontheffing? DVDTAXLAW onderzoekt graag samen met u welke mogelijkheden in uw concrete dossier bestaan.


