Doolaege, Verbist & De Meyere
Belasting op inkomsten uit deeleconomie : een deeloplossing.
24-05-2016

Half mei heeft de regering in eerste lezing een wetsontwerp goedgekeurd waarbij een nieuwe categorie van diverse inkomsten in het leven wordt geroepen voor inkomsten uit de deeleconomie (nieuw art. 90, lid 1, 1°bis WIB 1992).

Deze inkomsten zouden belastbaar zijn tegen 10% (20% na een forfaitaire kostenaftrek van 50%). De belasting zou door erkende platformen moeten worden ingehouden en gerapporteerd via fiscale fiches. Zo hoopt de regering de deeleconomie uit de grijze zone te halen. Deze inhouding zou niet bevrijdend werken. De dienstverlener moet de inkomsten nog steeds vermelden in zijn aangifte.

Voorwaarde is dat het gaat om diensten verleend aan consumenten (natuurlijke personen die niet handelen in het kader van hun beroepswerkzaamheid) en dit via erkende platformen, waarbij de vergoedingen enkel door deze platformen of via hun tussenkomst worden betaald of toegekend. Welke platformen een dergelijk erkenning zullen krijgen, is nog niet duidelijk.

De diensten moeten bovendien worden verleend buiten het kader van een beroepswerkzaamheid. De bruto-inkomsten mogen daarnaast niet hoger zijn dan 3.255 EUR bruto per jaar (5.000 EUR voor inkomstenjaar 2016 na indexering). Anders worden zij, behoudens tegenbewijs, als beroepsinkomsten beschouwd.

Verder zouden de inkomsten uit de loutere verhuur van (gemeubelde) onroerende goederen zijn uitgesloten, althans volgens het ontwerp van de memorie van toelichting. Volgens de minister van Digitale Agenda zou de app Airbnb daarom niet onder de nieuwe regeling vallen. In de mate dat bij de verhuur ook diensten worden aangeboden (vb. ontbijt, schoonmaak), lijkt ons dit evenwel niet zeker. Het gaat dan niet meer om een loutere onroerende verhuur.

Ook het verhuren van roerende goederen zou volgens dezelfde systematiek zijn uitgesloten van de nieuwe regeling (zie J. VAN DYCK, “Inkomsten uit ‘deeleconomie’ slechts belastbaar tegen (netto) 10%”, Fiscoloog 2016, nr. 1475, 1). Hierbij kan worden gedacht aan initiatieven als Tapazz en CarAmigo.

De nieuwe bepaling is ten slotte enkel van toepassing op diensten, niet op leveringen. Anders dan wat de media doen uitschijnen, lijkt het aanbieden van verse maaltijden (behalve voor verbruik ter plaatse) dus niet onder het genoemde divers inkomen te vallen. Dit is van belang voor initiatieven zoals Thuisafgehaald, waarvan bepaalde aanbieders al specifiek door de fiscus zijn gecontroleerd. Deze inkomsten zouden wel een “gewoon” divers inkomen kunnen vormen (art. 90, lid 1, 1° WIB 1992), dat zwaarder wordt belast. Het is maar de vraag of deze ongelijke behandeling juridisch gerechtvaardigd is.

Is aan voorgenoemde voorwaarden voldaan, dan moet overigens geen btw-nummer worden aangevraagd of btw-listing worden ingediend.

Het voorgaande illustreert al meteen de beperkingen van het nieuwe ontwerp. De “deeleconomie” dekt namelijk meerdere ladingen, terwijl niet alle initiatieven onder de nieuwe regeling zouden vallen. Het belastbaar regime zal dus geval per geval moeten worden bekeken.