Doolaege, Verbist & De Meyere
Circulaire met nieuwe administratieve commentaar aanslag geheime commissielonen
08-05-2017

Circulaire 2017/C/16 van 4 april 2017

 

 

De fiscus bespreekt het toepassingsgebied van de afzonderlijke aanslag bedoeld in artikel 219 WIB 92 en vervangt hiermee haar oude commentaar door een nieuwe (COM IB nr. 219/0-47). De nieuwe commentaar is in grote mate een herneming van de Circulaire van 11 juni 2015, maar is op een aantal punten vernieuwend.

 

1. Kosten zoals bedoeld in artikel 57 WIB 92 en de voordelen van alle aard.

 

De afzonderlijke aanslag is niet van toepassing indien de verkrijger op ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd uiterlijk binnen de 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het betreffende aanslagjaar. De administratie had tot nu toe gesteld dat een schriftelijk akkoord van de verkrijger vereist was, opdat er sprake zou kunnen zijn van een ondubbelzinnige identificatie. Nu gaat de administratie “iets” verder door te stellen dat aan de voorwaarde van ondubbelzinnige identificatie bijgevolg bijvoorbeeld voldaan is indien de administratie in het bezit wordt gesteld van een schriftelijk akkoord van de verkrijger. Een akkoord is dus maar één van de mogelijkheden tot identificatie.

 

2. Verdoken meerwinsten.

 

Het meest vernieuwende aspect van de nieuwe commentaar situeert zich in het luik van de verdoken meerwinsten.

 

De wet stelt nu uitdrukkelijk dat de verdoken meerwinsten niet aan de afzonderlijke aanslag worden onderworpen wanneer zij het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten. Niettemin blijft de fiscus in haar commentaar als uitzondering geven het geval van een valse of fictieve factuur bij de aankoop van handelsgoederen. Door het feit dat een dergelijke aankoopfactuur op de rekening 60 moet worden geboekt, beïnvloedt zij enkel de brutowinst van de vennootschap en vormt zij bijgevolg geen kost zoals bedoeld door de fiscale bepalingen inzake beroepskosten (inzonderheid art. 49 WIB 92). In dat geval kan er wel nog sprake zijn van verdoken meerwinsten die niet het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten, aldus de fiscus. De rechtspraak ziet dit evenwel anders.

geldbuidel

 

 

In de praktijk was er onduidelijkheid gerezen of het bedrag van de verdoken meerwinst ook nog eens moest worden opgenomen in de verworpen uitgaven. Niettegenstaande dat hiervoor geen wettelijke basis bestaat, stelt de nieuwe commentaar dat naar analogie met de fiscale behandeling van in het zwart uitbetaalde lonen die, niettegenstaande zij aan de afzonderlijke aanslag onderworpen zijn, niet aftrekbaar zijn als beroepskosten in de zin van art. 49 WIB 92, de verdoken meerwinsten die aan de afzonderlijke aanslag worden onderworpen in de verworpen uitgaven moeten worden opgenomen, gelet op de afwezigheid van bewijsstukken die het beroepskarakter aantonen.