Doolaege, Verbist & De Meyere
De fiscus v. Belgen met buitenlands vastgoed.
01-03-2021

 

 

Sinds jaar en dag worden huurinkomsten van buitenlands onroerende goederen anders belast dan huurinkomsten van Belgisch vastgoed, zelfs als het niet wordt verhuurd: er wordt vertrokken van de reële huurwaarde i.p.v. het (meestal laag) kadastraal inkomen.

 

huis aan waterkant

 

Hoewel de huurwaarde van het buitenlands goed niet wordt belast in België, wanneer het gelegen is in een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten, dient deze huurwaarde toch te worden aangegeven om het tarief te bepalen van de marginale belasting op de overige Belgische inkomsten (progressievoorbehoud).

 

België zondigt hiermee tegen het vrij verkeer van kapitalen en, ondanks meerdere aanmaningen door Europa om de fiscale wetgeving aan te passen, bleef België in gebreke dit recht te zetten.

 

Op 12 november 2020 is het Europees Hof van Justitie daarom nog een stap verder gegaan: België werd veroordeeld tot een boete van 2 miljoen euro, en een dwangsom van 7.500 euro per dag tot de aanpassing van de wetgeving.

 

Gedwongen tot onmiddellijke actie heeft de Kamer begin februari 2021 op voorstel van de minister van Financiën Van Peteghem een wet goedgekeurd: de Belgische fiscus zal een kadastraal inkomen (= fictief inkomen dat overeenstemt met het gemiddelde jaarlijkse netto inkomen) toekennen aan ieder buitenlands onroerend goed, waarop een Belgisch Rijksinwoner (of zijn ‘juridische constructie’ of sommige aan de RPB onderworpen rechtspersonen) een ‘zakelijk recht’ heeft.

 

Dit vast te stellen K.I. zal berekend worden op dezelfde basis als het ‘Belgisch’ KI (dus ook vertrekkende van het gemiddelde jaarlijkse netto inkomen in 1975) en de buitenlandse belasting zal niet langer aftrekbaar zijn van het buitenlands onroerend inkomen.

 

Dit wordt een hele klus voor de bevoegde administratie, daar er bij gebreke van werkbare referentiegebouwen of -percelen in de meeste gevallen zal uitgegaan worden van de actuele normale verkoopwaarde waarop een jaarlijks vast te stellen correctiefactor wordt toegepast (voor 2020 = 15,036%) om de verkoopwaarde terug te brengen naar 1975.

 

Ongeacht het land van ligging zal dus eenzelfde coëfficiënt toegepast worden. Hoewel dit pragmatisch is, blijft nog de vraag of dit wel overeenkomt met de realiteit daar het vastgoed niet in alle landen op dezelfde manier is geëvolueerd.

 

Hierop zal vervolgens een kapitalisatiefactor van 5,3% worden toegepast om het kadastraal inkomen te bepalen dat in de aangifte personenbelasting zal moeten worden vermeld.

 

Voor de ongebouwde onroerende goederen wordt het KI bepaald op 2 EUR per hectare.

 


 

Omdat de administratie in de eerste plaats op de hoogte moet zijn van het bestaan van dat onroerend goed werd een nieuwe aangifteplicht ingevoerd.

 

De aangifte moet gebeuren bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie

  • via MyMinfin (beschikbaar vanaf juni 2021);
  • of er kan een aangifteformulier aangevraagd worden per mail (foreigncad@minfin.fed.be) ;
  • of per brief (Administratie Opmetingen en Waarderingen, Koning Albert II laan 33 bus 55 te 1030 Brussel).

 

De termijn is :

  • voor een ‘verwerving’ of ‘vervreemding’ die sinds 1 januari 2021 plaatsvindt: binnen de 4 maanden;
  • als u vóór 1 januari 2021 reeds over een onroerend goed beschikt, kan u tot 31 december 2021 deze aangifte indienen.

De bedoeling is dat u door de administratie gecontacteerd zal worden als u de onroerende inkomsten in het verleden reeds opnam in de jaarlijkse aangifte personenbelasting, maar als u niets verneemt is het toch aan te raden om zelf actie te nemen vóór het einde van 2021.

 


 

In de lijn van alle actuele wetgeving is er ook een hogere administratieve boete voorzien (250 EUR - 3.000 EUR) voor wie deze nieuwe aangifteplicht van het bestaan van buitenlandse onroerende goederen niet nakomt.

Deze boete is, zoals intussen ook gebruikelijk, retroactief van toepassing vanaf 1 januari 2021.

De nieuwe bepaling van de belastbare grondslag in de personenbelasting geldt vanaf aanslagjaar 2022, dus de eerstvolgende aangifte aanslagjaar 2021 mag nog zoals voorheen worden ingevuld.

Deze verplichte aangifte zal mogelijks controles naar het verleden uitlokken.

 


Voor vragen aangaande eventuele rechtzettingen kan u steeds contact opnemen met ann.verbist@dvdtaxlaw.be