Doolaege, Verbist & De Meyere
GEMEENTELIJKE ZWEMBADEN EN BTW-CONSTRUCTIES
15-06-2016

De exploitatie van een zwembad of sportaccommodatie is in principe een dienst die aan de BTW is onderworpen. Met andere woorden, op een toegangsticket moet de uitbater BTW aanrekenen. Ook wanneer de uitbater een intercommunale of een autonoom gemeentebedrijf (AGB) is. De BTW is geen keuzestelsel.

 

zwembad

 

 

Een belangrijk gevolg van de btw-belastingplicht voor uitbaters van een zwembad of sportaccommodatie is dat zij de BTW op de investeringen en kosten ook in aftrek kunnen brengen. De aftrek van de BTW is in dit specifieke geval extra interessant omdat de BTW op de toegang 6% bedraagt, en de BTW op de kosten en investeringen 21% is. Uiteraard is dit geen btw-optimalisatie, doch enkel een toepassing van de btw-regels.

In de btw-wetgeving wordt ook voorzien in vrijstellingen van de belasting. Wanneer een intercommunale of autonoom gemeentebedrijf een zwembad of sportaccommodatie uitbaat moet dit overheidsbedrijf er rekening mee houden dat wanneer zij wordt aanzien als een instelling die geen winstoogmerk heeft en zij de ontvangsten uit de van BTW vrijgestelde exploitatie uitsluitend gebruikt tot dekking van de kosten ervan, de intercommunale of het autonoom gemeentebedrijf is vrijgesteld van de BTW voor deze exploitatie. Dit heeft twee belangrijke gevolgen. Er dient geen BTW te worden aangerekend op de toegangsprijs, maar de BTW op de investeringen en kosten is dan ook niet aftrekbaar.

 

Oorspronkelijk was de fiscus van oordeel dat ook een intercommunale of een autonoom gemeentebedrijf als een instelling met winstoogmerk kon worden beschouwd bij de exploitatie van een zwembad of sportinrichting. Tot 2012 werden in die zin gunstige rulings afgeleverd.

 

Dit is blijkbaar niet naar de zin van de Bijzondere Belastinginspectie. De BBI was ondertussen een afzonderlijk onderzoek gestart naar verschillende autonome gemeentebedrijven die een zwembad of sporthal uitbaten met toepassing van BTW.

 

Cruciaal is het antwoord op de vraag of de exploitant een instelling is die al dan niet winstoogmerk heeft. Een intercommunale of autonoom gemeentebedrijf kan zonder enige twijfel winstoogmerk hebben, ook bij de exploitatie van een zwembad of sporthal. Alles zal afhangen van de concrete feitelijke omstandigheden. Een zwembad kan met winstoogmerk worden geëxploiteerd wat wordt bewezen door de vele private exploitanten. Wanneer een intercommunale of autonoom gemeentebedrijf op vergelijkbare wijze een zwembad exploiteert met winstoogmerk, zal de fiscus de BTW-aftrek niet kunnen betwisten. De BTW-aftrek is in dat geval geen fiscale optimalisatie.