Doolaege, Verbist & De Meyere
Gemeenten dienen tijdig hun leegstandsheffing voor woningen en gebouwen aan te passen
27-02-2017

De meeste gemeenten beschikken over een leegstandsheffing voor woningen en gebouwen. Deze belasting werd tot op heden geheven in uitvoering van het Grond- en Pandendecreet.

 

Aan het Grond- en Pandendecreet werden recent een aantal wijzigingen aangebracht die van belang zijn voor de leegstandsheffing. De decreetgever wil de lokale overheid volledige beleidsvrijheid geven over de beslissing om een leegstandsheffing in te voeren.

 

 

leegstaand huis

 

 

1. Tot op heden werd een leegstandsregister bijgehouden, waarbij in het belastingreglement veelal wordt verwezen naar artikel 2.2.6. van het Grond- en Pandendecreet. Sinds de wijziging kan de gemeente ervoor kiezen om een leegstandsregister bij te houden. Dit is niet meer noodzakelijk voor de belastingheffing. Indien er wordt voor gekozen om geen leegstandsregister meer bij te houden, zal ook de belastingheffing moeten worden aangepast.

 

2. Daar waar de leegstandsheffing tot voor kort werd geheven op grond van een decretale machtiging, is door de opheffing van de artikelen 3.2.17 tot en met 3.2.29 van het Grond- en pandendecreet, deze decretale machtiging verdwenen. Dit heeft tot gevolg dat het heffen van een belasting op leegstaande woningen en gebouwen, als belasting met een specifiek doel, een bijzondere motivering vereist in het belastingreglement zelf (of het belastingdossier). Elke verwijzing in het belastingreglement naar deze opgeheven bepalingen uit het Grond- en pandendecreet dient te worden vervangen door een eigen regeling. Ook de vrijstellingen die zijn opgenomen in het belastingreglement vereisen een bijzondere motivering (eveneens op te nemen in de gemeenteraadsbeslissing houdende de goedkeuring van het belastingreglement of het belastingdossier).

 

3. Door de opheffing van de artikelen 2.2.7., 2.2.8. en 2.2.9. van het Grond- en pandendecreet, dient de gemeente (indien ze kiest voor een registratie zoals die was uitgewerkt in het Grond- en pandendecreet) zelf een procedure uit te werken betreffende de opname op het leegstandsregister, de mogelijkheid tot betwisting, edm. Een verwijzing naar het Grond- en pandendecreet is dus opnieuw niet meer mogelijk. De gemeente moet dus zelf beschikken over een leegstandsreglement (ofwel afzonderlijk, ofwel geïntegreerd in het belastingreglement).


Het is aangewezen om de voormelde wijzigingen zo snel als mogelijk te implementeren en het belastingreglement aan te passen, teneinde de belastingheffing op leegstaande woningen en gebouwen niet in het gedrang te brengen.

 

Voor verdere vragen kan steeds contact worden opgenomen met Luc De Meyere of Leen De Vriese.