Doolaege, Verbist & De Meyere
HUISBEZOEK DOOR DE FISCUS : controleer de motivering van de machtiging;
05-08-2019

Zowel het Wetboek Inkomstenbelastingen als het BTW-wetboek laten toe dat de fiscus de vrije toegang kan eisen tot de privéwoning. Voorwaarde is wel dat er werkzaamheden worden verricht of vermoedelijk worden verricht. Het voeren van de boekhouding voor een beroepsactiviteit kan volstaan als “werkzaamheid”. Het loutere feit dat een bedrijfsleider zijn adres in de privéwoning heeft overigens niet (Gent 13 juni 2017).

 

Maar zelfs als deze voorwaarde voldaan is, moet de administratie zich nog aan twee regels houden.

  1. De fiscus kan alleen binnen komen tussen 5 uur ’s ochtends en 9 uur ’s avonds.
  2. De fiscus moet een machtiging vragen en krijgen van de politierechter.

Wat er in die machtiging moet staan wordt niet in de wet geregeld. “Een” machtiging volstaat dus.

 

CONTROLE

Op grond van een arrest van het Grondwettelijk Hof van 27 juni 2019 kan nu worden gesteld dat die machtiging goed moet zijn gemotiveerd. Een situatie waarbij de administratie de machtiging aan de politierechter vraagt zonder opgave van gegevens of vermoedens die concreet aanleiding geven tot de aanvraag, en waarbij de politierechter daarop de machtiging dan maar verleent zonder opgave van motivatie, kan dus niet.

 

Wat moet er dan wel in de machtiging staan? Dit wordt bepaald door de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake het recht op privéleven, waarnaar het Grondwettelijk Hof ook verwijst.

 

Het binnentreden door de openbare overheid (hier : de fiscus) in een privéwoning is immers een inmenging in het privéleven. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Grondwet vereisen dat een dergelijke inmenging altijd proportioneel is aan het doel dat zij beoogt (hier : de belastingheffing). De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vereist dat er voldoende procedurele maatregelen zijn om de proportionaliteit of evenwichtigheid van de inmenging in het privéleven te garanderen. Een voorafgaande toelating door een rechter (waarbij de belastingplichtige niet wordt betrokken) kan een dergelijke procedurele maatregel tegen misbruik zijn, maar dan moet deze procedure wel goed geregeld zijn. En dat is volgens het Grondwettelijk Hof in België niet het geval, als de wet zo wordt geïnterpreteerd dat de voorafgaande machtiging door de politierechter niet moet worden gemotiveerd. In dat geval is er immers geen controle mogelijk achteraf door een rechter indien de belastingplichtige het bezoek van de fiscus wil aanvechten.

 

Om de proportionaliteit van de inmenging te kunnen beoordelen moet de rechter weten hoe de politierechter bij de machtiging de belangen van de betrokken partijen (hier : de fiscus, belang : belastingheffing en de belastingplichtige, belang : recht op respect voor zijn privéleven) heeft afgewogen. Dit moet dus in de motivering van de machtiging staan. Dit houdt onder meer in dat de redenen worden vermeld waarom de huisvisitatie noodzakelijk zou zijn. Daarnaast is het ook vaststaande rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat een voorafgaande machtiging voor een huisbezoek van de overheid voldoende moet afgebakend zijn, zodat misbruiken worden vermelden. De rechter moet in de voorafgaande machtiging dus minstens aangeven voor welk (fiscaal) onderzoek de machtiging geldt, voor welke woning en ten aanzien van welke personen de machtiging geldt. Ook het Belgisch Grondwettelijk Hof verwijst naar deze verplichte afbakening.

 


 

Indien de belastingplichtige dus het bezoek krijgt van de fiscale administratie in zijn privéwoning doet hij er goed aan de machtiging op te vragen voor zover ze niet spontaan wordt getoond en het bestaan en de inhoud van de motivering goed te (laten) controleren.