Doolaege, Verbist & De Meyere
Ook administratie bevestigt: voordeel alle aard bewoning dient geraamd te worden overeenkomstig de algemene, gunstigere, (forfaitaire) regel uit het KB.
01-06-2018

 

Destijds berichtten wij reeds dat de hoven van beroep te Gent en te Antwerpen geoordeeld hebben dat de regel op grond waarvan het bedrag van het voordeel van alle aard voor de bewoning van een onroerend goed verhoogd wordt met een coëfficiënt (momenteel 3,8) wanneer dit onroerend goed door een rechtspersoon ter beschikking wordt gesteld, het gelijkheidsbeginsel schendt. Het hof van beroep te Gent bevestigde vervolgens dat – gelet op de vastgestelde schending van het gelijkheidsbeginsel –de algemene (gunstigere) regel van de forfaitaire vaststelling dient te worden toegepast.

 

plan huis

 

In een circulaire d.d. 15 mei 2018 heeft de administratie beslist om voormelde rechtspraak te volgen. Zij bevestigt dat in het geval dat een rechtspersoon een woning ter beschikking stelt aan een werknemer of een bedrijfsleider het belastbaar voordeel moet worden geraamd op 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen van die woning, in voorkomend geval verhoogd met 2/3 wanneer het een gemeubileerde woning is. De coëfficiënt van 3,8 dient aldus niet te worden toegepast.

 


 

Voor wat betreft de behandeling van tijdig ingediende bezwaarschriften (in principe 6 maanden na verzending van het aanslagbiljet) en de rechtsprocedures die daaruit zijn voortgevloeid, gaat de administratie akkoord dat bij de berekening van het voordeel toepassing wordt gemaakt van artikel 18, § 3, 2,eerste lid, KB/WIB 92, ongeacht de persoon die het onroerend goed ter beschikking stelt.

 

Voor aanslagen waarvoor de bezwaartermijn nog niet verstreken is (meestal aanslagjaar 2017), kan nog een bezwaarschrift ingediend worden. Het is van belang dat er tegen iedere aanslag bezwaar wordt ingediend.

 

Voor wat betreft de aanslagen waarvoor geen tijdig bezwaarschrift meer kan worden ingediend, kan overwogen worden om een verzoek tot ambtshalve ontheffing in te dienen.

 

De adviseur-generaal dient binnen bepaalde voorwaarden ambtshalve ontheffing te verlenen van overbelastingen die o.a. blijken uit afdoende bevonden nieuwe bescheiden of feiten waarvan het laattijdig overleggen of inroepen door de belastingschuldige wordt verantwoord door gewettigde redenen. De termijn voor het indienen van dergelijk verzoek bedraagt vijf jaar en dient berekend te worden vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd, dus momenteel zou dergelijk verzoek ingediend kunnen worden voor alle aanslagen die vanaf 1 januari 2014 gevestigd werden (in de meeste gevallen zal dit wellicht mogelijk zijn vanaf inkomstenjaar 2012).

 


 

Om dit verzoek in te kunnen dienen dient er sprake te zijn van nieuw bescheid of feit. Vooreerst stelt de vraag of de arresten van de hoven van beroep beschouwd kunnen worden als nieuwe feiten. De administratie is van oordeel in haar circulaire dat dit niet het geval is. Ons inziens zijn er evenwel ernstige argumenten om te verdedigen dat deze arresten wel degelijk kwalificeren als nieuwe bescheiden/feiten, op basis waarvan het verzoek kan worden ingediend.

 

Daarnaast zou ook geargumenteerd kunnen worden dat de circulaire van de administratie op zich een nieuw bescheid/feit is, op basis waarvan een verzoek tot ambtshalve ontheffing kan worden ingediend.

 


DVDTAXLAW kan instaan voor het indienen van een bezwaarschrift, een verzoek tot ambtshalve ontheffing of een vordering in rechte dienaangaande.

 

INFORMATIE ?