Doolaege, Verbist & De Meyere
Raad van State vernietigt standpunt nr. 15004 van de Vlaamse Belastingdienst inzake het tegenbewijs voor de gesplitste aankoop en gesplitste inschrijving.
19-06-2018

 

Wanneer bij de aankoop van een onroerend goed, de ene persoon (bv. de ouders) het vruchtgebruik koopt en de andere de blote eigendom (bv. de kinderen), dan spreekt men van een “gesplitste aankoop”. Op het ogenblik dat de vruchtgebruiker overlijdt, dooft het vruchtgebruik uit en wordt de blote eigenaar automatisch volle eigenaar.

 

Omdat hierop in principe geen successierechten (of erfbelasting) is verschuldigd, heeft de wetgever reeds in het jaar 1919 voorzien in een fictiebepaling in het Wetboek Successierechten (artikel 9 W. Succ., voor het Vlaams Gewest: art. 2.7.1.0.7 VCF). Door die fictiebepaling wordt het gesplitst aangekochte goed toch geacht in volle eigendom in de nalatenschap aanwezig te zijn, en wordt het geacht in haar geheel als een legaat door de blote eigenaar te zijn verkregen.

 

De bedoeling is om misbruiken te voorkomen. Er wordt vermoed dat de vruchtgebruiker de blote eigenaar op een bedekte manier wou bevoordeligen door de gesplitste aankoop, aangezien de vruchtgebruiker in realiteit vaak gewoon de volledige aankoopprijs betaalde.

 

De wet voorziet echter in een mogelijkheid om aan deze fiscale fictie te ontsnappen. In afwijking van de fictiebepaling wordt het onroerend goed, op het ogenblik van het overlijden van de vruchtgebruiker, toch niet geacht door de blote eigenaar als legaat te zijn verkregen, wanneer wordt bewezen dat de verkrijging geen “bedekte bevoordeling” uitmaakt. 

 

In de familiale context komt het echter vaak voor dat het geld, nodig voor de aankoop van de blote eigendom, voorafgaand aan de gesplitste aankoop door de blote eigenaar (veelal de ouders) aan de vruchtgebruiker (veelal de kinderen) wordt geschonken.

 

huis geld

 


 

Vraag is dan hoe in deze situatie kon worden bewezen dat er hier geen sprake was van een “bedekte bevoordeling”.

 

Op deze vraag heeft Vlabel op 19 januari 2015 (gepubliceerd op 19 juni 2015) een Standpunt uitgevaardigd. Bij Standpunt nr. 15004 van de Vlaamse Belastingdienst (https://belastingen.vlaanderen.be/sp-15004-gesplitste-aankoop-of-inschrijvingen-vruchtgebruik-%E2%80%93-blote-eigendom-tegenbewijs)  gaf de Vlaamse Belastingdienst te kennen dat het bewijs van afwezigheid van “bedekte bevoordeling”, slechts kon worden geleverd op 2 manieren: ofwel moet op de voorafgaande schenking schenkbelasting betaald zijn, ofwel moet de begiftigde vrij over de gelden hebben kunnen beschikken (maar toch beslist hebben om de blote eigendom met deze gelden aan te kopen). Wat deze eerste mogelijkheid betreft, was de redenering dat enkel een geregistreerde schenking voor de fiscus niet “bedekt” was.

 

Op 1 juni 2016 heeft de Vlaamse Belastingdienst dit Standpunt vervolgens doorgetrokken naar de zgn. “gesplitste inschrijvingen”. Hiervan is er o.a. sprake wanneer een persoon (bv. een één van de ouders) gelden of een effectenportefeuille heeft geschonken aan een derde (bv. de kinderen), maar waarbij men zichzelf het vruchtgebruik heeft voorbehouden.

Ten aanzien van schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik, had dit Standpunt aldus tot gevolg dat de techniek waarbij men voor dergelijke schenkingen een beroep deed op buitenlandse notaris (in de praktijk gaat het veelal om een Nederlandse of Zwitserse notaris (in bepaalde kantons)) fiscaal gezien niet meer sluitend was. Op de schenking voor een buitenlandse notaris is immers, behoudens vrijwillige aanbieding ter registratie, geen schenkbelasting verschuldigd. Ingevolge het Standpunt zou de blote eigenaar-begiftigde, bij het overlijden van de schenker-vruchtgebruiker, nog steeds erfbelasting zijn verschuldigd.


Bij arrest van 12 juni 2018 heeft de Raad van State het Standpunt nr. 15004 echter vernietigd.

 

Volgens de Raad van State is dit Standpunt immers foutief. Gelet op de tekst van de wet en parlementaire voorbereiding, kan het vermoeden van bedekte bevoordeling (en dus van de toepassing van het fictielegaat) volgens de Raad van State immers ook weerlegd worden met een schenking waarop geen schenkbelasting betaald werd.

 

Op 15 juni 2018 heeft de Vlaamse Belastingdienst uitdrukkelijk bevestigd dat zij zich neerlegt bij dit arrest van de Raad van State (zie https://belastingen.vlaanderen.be/erfbelasting-vernietiging-standpunt-gesplitste-aankoopinschrijving ). Ook belastingplichtigen die in het verleden werden belast in toepassing van dit standpunt kunnen volgens Vlabel nog een ontheffing verkrijgen enkel voor zover de bezwaartermijn (3 maanden na de derde werkdag die volgt op de verzendingsdatum van het aanslagbiljet) nog niet zou zijn verstreken. 

 

Een en ander heeft tot gevolg dat er opnieuw weer meer zekerheid bestaat betreffende het tegenbewijs van de “bedekte bevoordeling”. Voortaan kan het ondernemen van een niet-geregistreerde schenking weer worden geadviseerd bij het realiseren van een gesplitste aankoop/ inschrijving.

 

Wel is het zo dat men de toepasselijke wetgeving steeds dient op te volgen. Gelijktijdig met  het arrest van de Raad van State werd immers al een wetsvoorstel ingediend, waarbij werd voorgesteld om de vereiste van een geregistreerde schenking als tegenbewijs bij een gesplitste aankoop/inschrijving uitdrukkelijk in de wet in te schrijven (zie https://www.vlaamsparlement.be/parlementaire-documenten/parlementaire-initiatieven/1262355).

 

Het is evenwel niet zeker of het parlement haar goedkeuring zal hechten aan dit voorstel afkomstig van de oppositie.