Doolaege, Verbist & De Meyere
Raming voordeel voor terbeschikkingstelling van onroerend goed door een rechtspersoon: ongrondwettelijk
13-06-2016

Arrest HvB Gent 24 mei 2016

Raming voordeel voor terbeschikkingstelling van onroerend goed door een rechtspersoon: ongrondwettelijk
Datum: 13 juni 2016

Arrest HvB Gent 24 mei 2016
________________________________________
Wanneer aan een bedrijfsleider of werknemer gratis een onroerend goed ter beschikking wordt gesteld, wordt hij op dit voordeel belast. In principe gebeurt dit volgens de werkelijke waarde in hoofde van de genieter (art. 36 WIB 1992).

Bij KB werd het voordeel op een vast bedrag geraamd (art. 18, §3, 2 KB/WIB 1992). Voor een gebouwd onroerend goed is het voordeel gelijk aan 100/60 van het geïndexeerd kadastrale inkomen, te verhogen met 2/3 wanneer het om een gemeubelde woning gaat. In afwijking hiervan is het voordeel hoger wanneer de woning door een rechtspersoon ter beschikking wordt gesteld (tot 3,8 keer meer).

In een opmerkelijk arrest van 24 mei 2016 heeft het Gentse hof van beroep geoordeeld dat het onderscheid in de waarde van het voordeel strijdig is met het gelijkheidsbeginsel. De verantwoording voor dat onderscheid zou uit geen enkel document blijken. Ook de tijdens de procedure ingeroepen verantwoording zou op geen enkele wijze af te leiden zijn uit de aard van het onderscheid of de context van de relevante bepaling uit het KB.

Vraag is nu wat de gevolgen zijn van het arrest. Uit de tekst van het arrest blijkt dat het hof enkel de afwijkende berekening voor rechtspersonen strijdig heeft bevonden met het gelijkheidsbeginsel en deze dus buiten toepassing moet blijven. De algemene, gunstigere, regel uit het KB (100/60 van het KI) blijft o.i. overeind. Zoniet moet men terugvallen op de wet en dus op de werkelijk waarde van het voordeel in hoofde van de genieter. Dit laatste zal in de meeste gevallen niet gunstiger uitkomen, integendeel.

In de net besproken zaak kan de administratie nog een zogenaamde subsidiaire aanslag voorleggen aan het hof. Er moet nog worden afgewacht hoe de administratie het voordeel dan zal bepalen. Ook is de kans groot dat de fiscus alsnog cassatieberoep aantekent tegen het arrest.

De gevolgen van het arrest zijn van belang voor vele andere belastingplichtigen. Zij zouden hun voordeel nu eventueel kunnen aangeven volgens de algemene berekeningswijze, ook al gaat het om een woning van een rechtspersoon. Een andere mogelijkheid is om het hogere voordeel aan te geven en later bezwaar aan te tekenen tegen de aanslag. Ook voor aanslagjaar 2015 is een dergelijk bezwaar vaak nog mogelijk. Zolang er geen definitieve uitspraak is in de hiervoor besproken zaak, is de uitkomst hiervan echter nog niet zeker.