Verkoop van beleggingsgoud: aandachtspunten inzake herkomst en fiscale regularisatie

De goudprijs is de laatste jaren zeer sterk gestegen. Gezien deze evolutie overwegen steeds meer eigenaars van gouden staven, platen of munten (hierna samen ‘beleggingsgoud’ genoemd) om het beleggingsgoud te verkopen.Waar het vroeger mogelijk was om beleggingsgoud aan bankinstellingen zelf te verkopen, dient men zich tegenwoordig doorgaans tot een goudhandelaar te wenden.

Verplichtingen in het kader van de preventieve antiwitwaswetgeving

De Witwaspreventiewet legt aan verschillende ‘onderworpen entiteiten’ verplichtingen op inzake de voorkoming van het “witwassen van geld”. De Belgische financiële instellingen zijn ‘onderworpen entiteiten’ en dienen deze verplichtingen na te leven.

Zo dienen de Belgische financiële instellingen op grond van deze wetgeving verschillende ‘waakzaamheidsverplichtingen’ in acht te nemen. Zij zijn verplicht om melding te doen aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) wanneer ze “weten, vermoeden of redelijke gronden hebben om te vermoeden dat geldmiddelen, (pogingen tot) verrichtingen of feiten verband houden met witwassen van geld of de financiering van terrorisme”. De CFI zal vervolgens een analyse uitvoeren en zal, wanneer blijkt dat er een ernstige aanwijzing bestaat van witwassen van geld, de betreffende informatie meedelen aan de Procureur des Konings/federale procureur, die dan op zijn beurt een strafrechtelijk onderzoek kan starten.

Bij de verkoop van beleggingsgoud zal de Belgische financiële instelling, waarnaar de verkoopsom wordt getransfereerd, in het kader van voormelde ‘waakzaamheidsverplichtingen’ de transfer aan een grondige analyse onderwerpen. Bij deze grondige analyse zal de financiële instelling vragen stellen in verband met de oorsprong/herkomst van het beleggingsgoud en zal zij hierover documenten opvragen. Het komt voor dat ook de goudhandelaar reeds dergelijke vragen stelt bij de aanbieding ter verkoop.

Indien de verstrekte toelichtingen voor de instelling niet zouden volstaan, zal zij aandringen op een regularisatie. Indien dan niet wordt overgaan tot een regularisatie bestaat het risico dat de bank een melding doet aan de CFI, hetgeen op zijn beurt een strafrechtelijk onderzoek voor gevolg kan hebben. Ook bestaat de mogelijkheid dat de Belgische bank waaraan de transfer van de verkoopprijs wordt gevraagd, de bankrelatie stopzet.

 

Bewijs van de herkomst van het beleggingsgoud

De verkoper van het beleggingsgoud zal dus de herkomst van het beleggingsgoud met stukken dienen aan te tonen. De wijze waarop deze herkomst aangetoond dient te worden, hangt uiteraard af van de wijze waarop het beleggingsgoud verkregen werd.

Wanneer het beleggingsgoud door de verkoper eerder zelf werd aangekocht, zal hij bij voorkeur deze aankoop dienen aan te tonen en zal hij in principe dienen aan te tonen met welke gelden de aankoopprijs betaald werd. In dit kader zullen vooreerst de aankoopbewijzen of een ander bewijs van aankoop bijgebracht dienen te worden, waaruit blijkt wanneer en voor welke prijs het betreffende beleggingsgoud aangekocht werd. Daarnaast zal in principe ook aangetoond dienen te worden met welke gelden de aankoopprijs betaald werd, waarbij idealiter enerzijds de inkomstenbron wordt aangetoond en vervolgens de historiek tot en met de aankoop (bvb. de debitering van de bankrekening).

Indien het beleggingsgoud verkregen werd uit een nalatenschap, zal in eerste instantie aangetoond dienen te worden dat dit aangegeven werd in de betreffende aangifte van nalatenschap.

Indien het beleggingsgoud bij schenking verkregen werd, zal het bewijs van deze schenking geleverd dienen te worden, evenals het feit dat deze schenking haar belastingregime ondergaan heeft:

  • Indien de schenking bij notariële akte gedaan werd, zal deze notariële akte bijgebracht dienen te worden.
  • Indien de schenking bij handgift gedaan werd, zal:
    • ofwel het bewijs geleverd dienen te worden dat deze handgift plaatsvond meer dan 3/5 jaar voor het overlijden van de schenker;
    • ofwel – indien de handgift gedaan werd binnen de 3/5 jaar voor het overlijden of indien de datum van de handgift niet meer bewezen kan worden – dat het geschonken beleggingsgoud aangegeven werd in de aangifte van nalatenschap.

Bovendien zal – ingeval het beleggingsgoud uit een nalatenschap of uit een schenking verkregen werd – afhankelijk van het geval, ook het bewijs geleverd dienen te worden van de wijze waarop de erflater of de schenker dit beleggingsgoud zelf heeft verkregen.

Het voorgaande is in veel gevallen problematisch. In veel gevallen kan de herkomst niet meer bewezen worden:

  • Indien het beleggingsgoud aangekocht werd, is het mogelijk dat de aankoopbewijzen niet bewaard werden en/of dat er geen stukken meer voorhanden zijn waaruit blijkt met welke gelden de aankoop gefinancierd werd.
  • Indien het beleggingsgoud bij erfenis verkregen werd, leert de ervaring dat – gelet op de fysieke aard van deze activa – dit dikwijls niet aangegeven werd in de aangifte van nalatenschap.
  • Indien het beleggingsgoud bij handgift verkregen werd, zijn er in veel gevallen geen bewijsstukken meer aanwezig waaruit deze handgift blijkt.

 

Regularisatie van eventuele fiscale inbreuken

Wanneer met betrekking tot het beleggingsgoud fiscale inbreuken begaan werden (bijvoorbeeld het niet aangeven van het beleggingsgoud in een aangifte van nalatenschap of de aankoop van het beleggingsgoud met gelden die niet hun normale belastingregime hebben ondergaan) of wanneer – door verloop van tijd – de herkomst (bvb. het bestaan van een eerdere handgift) niet meer aangetoond kan worden, zal de betreffende financiële instelling in veel gevallen vereisen dat er een fiscale regularisatieaangifte wordt ingediend.

Momenteel bestaan hiervoor volgende procedures:

  • Op basis van hoofdstuk 5 van titel 2 van de programmawet van 18 juli 2025 kunnen de bedragen die onderworpen hadden moeten zijn aan federale belastingen geregulariseerd worden.
  • Op basis van afdeling 3 van hoofdstuk 3 van het Programmadecreet van 19 december 2025 bij de begroting 2026 kunnen inbreuken die vóór 1 juli 2025 begaan zijn op de regelgeving over de Vlaamse erfbelasting of registratiebelasting geregulariseerd worden.

Het Contactpunt Regularisatie, dat bevoegd is voor de regularisatieaangiftes op basis van de programmawet van 18 juli 2025, heeft op 24 april 2026 een FAQ gepubliceerd waarin de vraag of goud geregulariseerd kan worden positief beantwoord wordt en waarbij toegelicht wordt op welke wijze dit kan gebeuren.

Concreet zal iedere eigenaar van beleggingsgoud die tot verkoop wenst over te gaan, vooraf een grondige analyse moeten maken van de herkomst van het beleggingsgoud. Indien deze herkomst niet (meer) sluitend kan worden aangetoond, dient te worden beoordeeld of een fiscale regularisatie aangewezen is.

Tot slot dient bij de verkoop van beleggingsgoud ook rekening gehouden te worden met de mogelijke toepasselijkheid van de recent ingevoerde belasting op ‘meerwaarden op financiële activa’. Op deze problematiek wordt in deze bijdrage niet ingegaan.

 


DVDTAXLAW beschikt over ruime ervaring in het begeleiden van eigenaars van beleggingsgoud bij vragen omtrent de herkomst van het goud, fiscale regularisaties en de voorbereiding van een verkooptransactie.

 

 

 

 

 

Doolaege, Verbist & De Meyere BV
Koning Albertlaan 165
9000 Gent
BE 0647.999.788

+32 (0) 9 242 80 10
info@dvdtaxlaw.be