Kwalificatie van een activiteit als beroepsactiviteit niet gegarandeerd bij jarenlang opgebouwde verliezen

Een belastingplichtige die een beroepsactiviteit start en jarenlang in een verliessituatie blijft, kan na verschillende jaren het bericht krijgen dat zijn activiteit fiscaal niet wordt beschouwd als een beroepsactiviteit, en dit ondanks het feit dat die activiteit al verschillende keren werd gecontroleerd zonder dat daarover een opmerking werd gemaakt. In het fiscaal recht wordt nochtans het principe aanvaard dat de burger erop moet kunnen vertrouwen dat de overheid het standpunt dat is ingenomen tijdens een controle ook in latere jaren zal behouden. Maar dat principe moet dus worden genuanceerd bij de kwalificatie van een activiteit in verlies als een beroepsactiviteit.

Verwerping van de activiteit als beroepsactiviteit ondanks eerdere controles

Een veearts start een tweede activiteit op als landbouwer. Daarnaast geniet hij ook een overlevingspensioen. De landbouwactiviteit is sinds de opstart verlieslatend en wordt twee keer gecontroleerd. De eerste controle eindigt met een akkoordverklaring en na de tweede controle volgt er geen rechtzetting van de kosten. Geen enkele keer werd een opmerking gemaakt over het beroepsmatig karakter van de landbouwexploitatie. Bij een derde controle weigert de administratie evenwel de activiteit als beroepsmatig te aanvaarden en zet inkomsten en uitgaven op nul. Nochtans stelt de belastingplichtige dat de onderliggende feiten sinds de voorgaande controles niet gewijzigd waren. Ook zouden de elementen die de administratie aanhaalt om de beroepsactiviteit te betwisten, ook al aanwezig zijn geweest bij eerdere controles. Het Hof van Beroep te Gent volgt evenwel het standpunt van de fiscale administratie in een recent arrest van 23 juni 2026.

Het vertrouwensbeginsel moet worden genuanceerd bij controle van een activiteit in verlies

In het fiscaal recht geldt het principe dat de  burger moet kunnen vertrouwen op wat hij niet anders kan opvatten dan als een vaste gedrags- of beleidsregel van de overheid. Dit zogenaamde vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel houdt dus onder meer in dat wanneer de fiscale administratie een standpunt inneemt bij een controle, de burger er moet kunnen op vertrouwen dat dit standpunt ook in navolgende controles zal worden ingenomen. Een rechter zal wel altijd moeten nagaan of de administratie wel deze verwachting heeft gewekt, rekening houdende met de concrete omstandigheden van de zaak. Het Hof van Beroep oordeelt daarover nu dat bij de beoordeling van de kwalificatie van een activiteit als beroepsactiviteit, het tijdsverloop een essentieel element is, althans wanneer de activiteit jarenlang in verlies blijft. De fiscale administratie moet dus na een aantal jaren met een “helikoptervisie” naar de activiteit kunnen kijken. Daarom mocht de belastingplichtige er na de eerste twee controles niet rechtmatig op vertrouwen dat de activiteit blijvend als beroepsactiviteit zou worden aanvaard (en met andere woorden de verliezen blijvend overeind zouden blijven en van de andere inkomsten uit de andere beroepsactiviteiten zouden kunnen worden afgetrokken).

Opgelet dus bij controles van verlieslatende activiteiten

Dit standpunt van het Hof van Beroep houdt dus praktisch gesproken in dat een belastingplichtige die verlies maakt en wordt onderworpen aan een controle waarbij de inkomsten en kosten worden behouden (of beperkt aangepast) er niet op kan vertrouwen dat zijn activiteit blijvend als een beroepsactiviteit zal worden beschouwd.

Doolaege, Verbist & De Meyere BV
Koning Albertlaan 165
9000 Gent
BE 0647.999.788

+32 (0) 9 242 80 10
info@dvdtaxlaw.be