Verkoop van beleggingsgoud: fiscale behandeling van de verwezenlijkte meerwaarden

Beleggingsgoud neemt een bijzondere plaats in binnen het vermogen van particulieren. De verkoop van gouden staven, plaatjes en munten (hierna samen ‘beleggingsgoud’ genoemd) kan dan ook aanleiding geven tot verschillende fiscale vragen. In een eerder nieuwsbericht bespraken wij al het belang van een onderzoek naar de herkomst van beleggingsgoud.

Sinds de invoering van de belasting op meerwaarden op financiële activa (hierna verkort de meerwaardebelasting) is ook de fiscale behandeling van de overdracht onder bezwarende titel van beleggingsgoud belangrijker geworden. In dit nieuwsbericht bespreken wij de regels die gelden voor particulieren die beleggingsgoud verkopen.

Algemeen: de fiscale behandeling van meerwaarden verwezenlijkt bij de overdracht onder bezwarende titel van beleggingsgoud

Voor de beoordeling van de fiscale behandeling van meerwaarden die verwezenlijkt worden bij de overdracht onder bezwarende titel van beleggingsgoud dient in het algemeen volgend onderscheid gemaakt te worden:

  • Indien de meerwaarden worden verwezenlijkt in het kader van het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, zijn zij belastbaar als beroepsinkomsten tegen de progressieve tarieven inzake de personenbelasting.
  • Voor de meerwaarden verwezenlijkt worden buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, wordt een onderscheid gemaakt naargelang de overdracht al dan niet kadert binnen normale verrichtingen van het beheer van een privévermogen:
    • Indien zij niet verwezenlijkt worden in het kader van normale verrichtingen van het beheer van een privévermogen, zijn zij belastbaar als diverse inkomsten aan het tarief van 33%.
    • Indien zij verwezenlijkt worden in het kader van normale verrichtingen van het beheer van een privévermogen, zijn zij sinds 1 januari 2026 belastbaar als diverse inkomsten op basis van de nieuwe meerwaardebelasting (tarief van 10%).

De overdracht van beleggingsgoud zal in de meeste gevallen te beschouwen zijn als een normale verrichting van het beheer van het privévermogen. Om deze reden wordt in dit nieuwsbericht ingegaan op de toepassing van de nieuwe meerwaardebelasting bij de overdracht onder bezwarende titel van beleggingsgoud.

Toepassingsgebied van de nieuwe meerwaardebelasting

De nieuwe meerwaardebelasting geldt voor meerwaarden op financiële activa die buiten een beroepswerkzaamheid worden gerealiseerd bij een overdracht onder bezwarende titel, voor zover die overdracht past binnen het normale beheer van een privévermogen.

Het beleggingsgoud dat als ‘financiële activa’ kwalificeert betreft het beleggingsgoud zoals bedoeld in de Europese (btw-)richtlijn 2006/112/EG. Concreet betreft het:

  • enerzijds goud, in de vorm van staven of plaatjes van een door de goudmarkten aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995/1.000, al dan niet belichaamd in effecten;
  • anderzijds gouden munten die
    • een zuiverheid van ten minste 900/1.000 hebben,
    • na 1800 zijn geslagen,
    • in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd en
    • normaal worden verkocht voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80 % overschrijdt.

Betreffende de gouden munten wordt een lijst gepubliceerd, waaruit blijkt dat de meeste courant verhandelde gouden munten (zoals de Zuid-Afrikaanse Krugerrand en de Britse Sovereign) kwalificeren als ‘beleggingsgoud’ en dus ook als ‘financiële activa’, waardoor de eventuele meerwaarden onderworpen zijn aan de nieuwe belasting.

Bepaling van het bedrag van de belastbare meerwaarde

Voor de bepaling van de belastbare meerwaarde dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het beleggingsgoud dat werd ontvangen vóór 1 januari 2026 en het beleggingsgoud dat sinds 1 januari 2026 werd ontvangen:

  • Voor beleggingsgoud dat werd ontvangen vóór 1 januari 2026 wordt de meerwaarde berekend door het positieve verschil te nemen tussen de als vergoeding voor het overgedragen beleggingsgoud ontvangen prijs enerzijds en de waarde van dit beleggingsgoud op 31 december 2025 in hoofde van de belastingplichtige of diens rechtsvoorganger.
  • Voor beleggingsgoud dat werd ontvangen vanaf 1 januari 2026 wordt de meerwaarde berekend door het positieve verschil te nemen tussen de als vergoeding voor het overgedragen beleggingsgoud ontvangen prijs of waarde enerzijds en de aanschaffingswaarde anderzijds. Onder aanschaffingswaarde wordt begrepen de prijs of waarde waartegen de belastingplichtige of zijn rechtsvoorganger dat beleggingsgoud onder bezwarende titel heeft verkregen.

Er wordt in dit kader wel voorzien dat wanneer de aanschaffingswaarde niet op basis van bewijskrachtige gegevens wordt bepaald, de belastbare meerwaarde overeenstemt met de (volledige) ontvangen prijs of waarde.

In geval van fysiek beleggingsgoud zal het in veel gevallen niet meer mogelijk zijn om met sluitend bewijs aan te tonen wanneer het beleggingsgoud ontvangen werd en tegen welke prijs dit beleggingsgoud door de belastingplichtige of zijn rechtsvoorganger onder bezwarende titel werd verkregen. Nog los van de problemen die hiermee gepaard gaan inzake de herkomst van het beleggingsgoud, zal ook afgewacht dienen te worden hoe de belastingadministratie zich dienaangaande zal opstellen voor het bepalen van de belastbare meerwaarde.

De wet voorziet verder dat de meerwaarden worden verminderd met de minderwaarden die werden verwezenlijkt door dezelfde belastingplichtige in de loop van hetzelfde belastbare tijdperk binnen dezelfde categorie van financiële activa.

Belastingtarief en vrijstelling

De meerwaarden die worden verwezenlijkt zijn onderworpen aan het tarief van 10% (tenzij globalisatie voordeliger is).

Er wordt voorzien dat de eerste schijf van de meerwaarden ten belope van 10.000 EUR (bedrag voor aanslagjaar 2027 – inkomstenjaar 2026) is vrijgesteld. Deze vrijstelling geldt per belastingplichtige per aanslagjaar.

Aangifte en betaling van de belasting

Anders dan wat het geval is voor bepaalde andere ‘financiële activa’ (waarbij er de mogelijkheid bestaat dat de belasting bij wege van roerende voorheffing aan de bron wordt ingehouden), dienen de meerwaarden op beleggingsgoud altijd verplicht aangegeven te worden in de aangifte in de personenbelasting verbonden aan het belastbaar tijdperk waarin de meerwaarde is verwezenlijkt.

 

BESLUIT

Belgische rijksinwoners die vanaf 1 januari 2026 beleggingsgoud verkopen, moeten nagaan welk fiscaal regime van toepassing is. Bij een verkoop binnen het normale beheer van het privévermogen zal de nieuwe meerwaardebelasting van toepassing zijn en zal vooral de berekening van de meerwaarde, de mogelijke verrekening van minderwaarden en de vrijstelling van belang zijn.

Hoe het voorgaande concreet verwerkt zal dienen te worden in de aangifte in de personenbelasting is momenteel niet duidelijk, aangezien het model van de aangifte in de personenbelasting voor aanslagjaar 2027 nog niet gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad. Eens dit model gepubliceerd zal zijn, zal dit wel duidelijk worden.

 


DVDTAXLAW beschikt over ruime ervaring in het begeleiden van eigenaars van beleggingsgoud bij vragen omtrent de fiscale implicaties van de verkoop van goud en de voorbereiding van een verkooptransactie. Neem gerust contact op bij verdere vragen.

 

Doolaege, Verbist & De Meyere BV
Koning Albertlaan 165
9000 Gent
BE 0647.999.788

+32 (0) 9 242 80 10
info@dvdtaxlaw.be