Nieuwe autofiscaliteit treft ook vzw’s: autokosten belast vanaf 2026
De wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit (BS 3 december 2021) hervormde de Belgische autofiscaliteit grondig. Hoewel de media en rechtsleer zich voornamelijk lijken te focussen op de wijzigingen in de vennootschaps- en personenbelasting, mogen de aankomende wijzigingen in de rechtspersonenbelasting (RPB) zeker niet over het hoofd worden gezien.
Vanaf 1 januari 2026 zullen ook vzw’s (en andere rechtspersonen onderworpen aan de RPB) namelijk worden geconfronteerd met een bijkomende belasting op autokosten.
Inkomstenjaar 2026 – aanslagjaar 2027
Rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting zijn, in tegenstelling tot vennootschappen, niet belastbaar op al hun inkomsten of gerealiseerde winsten. De RPB treft enkel bepaalde inkomsten, meerwaarden en (niet-verantwoorde) kosten.
Zo wordt rechtspersonenbelasting momenteel enkel geheven op de autokosten met betrekking tot voertuigen die, al dan niet kosteloos, voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld:
- ten belope van 40 % van het bedrag van het voordeel van alle aard vóór vermindering met de bijdrage van de verkrijger van dat voordeel (d.w.z. het bedrag zoals bepaald overeenkomstig art. 36, § 2, eerste tot twaalfde lid, WIB), wanneer de brandstofkosten verbonden met dit persoonlijk gebruik geheel of gedeeltelijk door de rechtspersoon ten laste zijn genomen (art. 223, eerste lid, 5°, WIB);
- ten belope van 17 % van het bedrag als vermeld onder het vorige streepje wanneer er geen brandstofkosten verbonden met dit persoonlijk gebruik door de rechtspersoon ten laste zijn genomen (art. 223, eerste lid, 4°, WIB).
Dit blijft behouden, maar wordt vanaf 2026 (aanslagjaar 2027) aangevuld met een belasting op de gemaakte autokosten (toekomstig art. 223, eerste lid, 6°, WIB).
Welke voertuigen zijn bedoeld?
Vanaf aanslagjaar 2027 zullen de rechtspersonen onderworpen aan de RPB belast worden op de kosten van auto’s op fossiele brandstof of hybride voertuigen (alleen personenwagens) die vanaf 1 januari 2026 worden aangekocht, geleased of gehuurd. Die kosten zullen voor hun volledige bedrag onderworpen worden aan rechtspersonenbelasting, aan een tarief van 25 %.
Ook de autokosten met betrekking tot elektrische voertuigen (zonder CO₂-uitstoot) worden op termijn onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. Vanaf aanslagjaar 2028 geldt een progressief stijgend belastbaar percentage:
| Aankoop/lease/huur vanaf | Belastbaar percentage van de kosten |
| 1 januari 2027 | 5% |
| 1 januari 2028 | 10% |
| 1 januari 2029 | 17,5% |
| 1 januari 2030 | 25% |
| 1 januari 2031 | 32,5% |
Elektrische voertuigen die vóór 31 december 2026 werden aangeschaft, blijven buiten schot.
Welke kosten worden belast?
De belastbaarheid geldt voor alle autokosten, denk daarbij aan:
- afschrijvingen;
- leasing- en huurkosten;
- brandstofkosten;
- verzekeringen;
- verkeersbelastingen;
- onderhoud en herstellingen.
Het bedrag dat overeenstemt met het voordeel van alle aard en de eigen bijdrage voor het persoonlijk gebruik van het voertuig, mag in aftrek worden gebracht van de belastbare grondslag (conform de principes in de vennootschapsbelasting)(toekomstig art. 223, vijfde lid WIB).
De vraag rijst of ook uitbetaalde kilometervergoedingen met een eigen wagen onder deze regeling zullen vallen. Hoewel de wettekst dit niet uitdrukkelijk vermeldt, laat de parlementaire voorbereiding uitschijnen dat dit wel de bedoeling is: Het deel van de kosten dat in de personen- en vennootschapsbelasting fiscaal beperkt wordt, zal in de rechtspersonenbelasting aan een tarief van 25 pct. belast worden (Parl. St. Kamer 2020-21, nr. 55-2710/001, 6.).
Omdat dergelijke vergoedingen in de vennootschaps- en personenbelasting uitdrukkelijk worden beschouwd als autokosten (cf. art. 66, §3 WIB), was het dan niet ondenkbaar dat de fiscale administratie eenzelfde benadering zou volgen in de RPB.
Intussen lijkt de administratie deze discussie te hebben beslecht. Op 24 november 2025 publiceerde zij een circulaire waarin duidelijk wordt gesteld dat autokosten die aan derden worden terugbetaald niet in aanmerking worden genomen voor de belastingheffing (Circ. 24 november 2025, 2025/C/71). Met andere woorden, de kosten die worden terugbetaald in het kader van opdrachten die worden toevertrouwd aan hun werknemer(s) of vrijwilligers door rechtspersonen zullen niet belast worden.
Kosten voor deelwagens lijken daarentegen in principe wel geviseerd te worden, aangezien het gaat om huur van een voertuig. Opgelet dus voor vzw’s die (bijvoorbeeld) een cambio-abonnement zouden toekennen aan hun werknemers of vrijwilligers.
Wat betekent dit nu voor vzw’s en andere rechtspersonen?
De impact voor vzw’s kan groot zijn. Waar autokosten tot nu toe beperkte fiscale gevolgen hadden, zullen vzw’s voortaan jaarlijks rekening moeten houden met een bijkomende belastingdruk van 25%.
Indien u hierover vragen zou hebben, aarzel niet om contact op te nemen.

