Fiscus controleert vzw’s: wanneer wordt een vzw onderworpen aan vennootschapsbelasting?
De vraag van 25%: wanneer wordt een vzw onderworpen aan vennootschapsbelasting?
Bepaalde vzw’s worden uitdrukkelijk uitgesloten van de vennootschapsbelasting. Denk hierbij aan ziekenhuizen en instellingen die oorlogsslachtoffers, mindervaliden, bejaarden, beschermde minderjarigen of behoeftigen bijstaat, maar onder andere ook beroepsverenigingen, onderwijsinstellingen, sociale secretariaten en instellingen voor gezins- en bejaardenhulp voor zover geen winstoogmerk wordt nagestreefd.
Voor zover een vzw niet uitdrukkelijk wordt uitgesloten van de vennootschapsbelasting, omdat zij (een) andere activiteit(en) tot voorwerp hebben, stelt de vraag zich of zij een onderneming exploiteert of zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard.
Dit betreft een feitelijke discussie, waarbij wordt nagegaan of de vzw in kwestie tracht duurzaam een zaak uit te baten volgens de gangbare handelsprincipes en -methodes. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de wijze waarom reclame wordt gevoerd, de aangewende verkoop- en distributiemethodes, de aard van de verkregen inkomsten, de aard van het cliënteel, het ingezette personeel en de wijze waarop de verrichtingen worden gefinancierd.
Voor zover op basis van een onderzoek van alle feiten geoordeeld wordt dat de vzw een onderneming exploiteert volgens de gangbare handelsprincipes en -methodes, moet worden besloten dat de vzw onderworpen is aan de vennootschapsbelasting. Voor wat betreft de festivals die worden georganiseerd in de schoot van een vzw, lijkt de administratie voornamelijk de mening te zijn toegedaan dat er sprake is van een onderneming, waardoor de vennootschapsbelasting van toepassing is.
De gevolgen van de onderworpenheid aan de vennootschapsbelasting
In de vennootschapsbelasting wordt de belastingplichtige belast op het totale bedrag van de winst aan een tarief van 25%, tenzij voldaan is aan de voorwaarden om te genieten van het tarief van 20% op de eerste schijf van 100.000 EUR.
De belastbare grondslag in de rechtspersonenbelasting daarentegen beperkt zich, kort samengevat, tot de onroerende en de roerende inkomsten.
In beide gevallen verbiedt de Wet Vennootschappen en Verenigingen dat vzw’s de winsten zou uitkeren aan haar leden, ongeacht of de vzw onderworpen wordt aan de rechtspersonen- dan wel vennootschapsbelasting.
Tot enkele jaren terug had de onderworpenheid aan de vennootschapsbelasting tot gevolg dat niet kon worden gewerkt met vrijwilligers. Bij administratieve circulaire van 3 januari 2023 (nr. 2023/C/2) kwam hier verandering in. Zo werd in deze circulaire bepaald dat vzw’s die zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard, en die aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen, ook kunnen werken met vrijwilligers. In ieder geval blijft het wel vereist dat er sprake is van een vzw.
Voor alle verdere vragen omtrent het fiscaal statuut van vzw’s kunt U terecht bij DVDTAXLAW.

