Kaaimantaks 2.1 wordt gedeeltelijk vernietigd door Grondwettelijk Hof: draagwijdte en gevolgen
1. Wat is de kaaimantaks 2.1? De kaaimantaks is van toepassing sinds inkomstenjaar 2015. Deze belasting geldt meer specifiek wanneer …
De Raad van de Europese Unie heeft twee landen toegevoegd aan de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied, zijnde de Turks- en Caicoseilanden en Vietnam.
Daarnaast heeft de Raad drie landen van de lijst geschrapt, omdat zij nu aan alle overeengekomen internationale normen voldoen, zijnde Fiji, Samoa en Trinidad en Tobago.
De EU-lijst van niet-coöperatieve jurisdicties bevat op heden volgende tien landen:
Deze landen leven de overeengekomen internationale belastingnormen niet na of zijn de afspraken over goed fiscaal bestuur niet tijdig nagekomen, waardoor zij op de lijst zijn terechtgekomen.
Voor België is deze lijst van de niet-coöperatieve jurisdicties van belang in het kader van verschillende aspecten in ons fiscaal recht.
Wanneer een Belgische vennootschap, rechtstreeks of onrechtstreeks, betalingen heeft gedaan aan personen/vaste inrichtingen, gevestigd in één van de landen vermeld op de EU-lijst, moet zij bij haar aangifte een bijlage (formulier 275F) voegen wanneer de betalingen de 100.000 EUR overschrijden.
Wanneer niet aan deze aangifteverplichting wordt voldaan, en het formulier 275F ontbreekt bij de aangifte, zullen de gedane betalingen niet aftrekbaar zijn als beroepskost.
Wanneer een gecontroleerde buitenlandse vennootschap is gevestigd in een land vermeld op de EU-lijst, zal de administratie in het kader van de CFC-regeling niet moeten aantonen dat aan de deelnemingsvoorwaarde of de taxatievoorwaarde is voldaan. Op basis van een weerlegbaar vermoeden zal zij de niet-uitgekeerde winst van de gecontroleerde buitenlandse vennootschap kunnen belasten bij de Belgische vennootschap.
Buitenlandse entiteiten die gevestigd zijn in landen vermeld op de EU-lijst, worden vermoed juridische constructies te zijn, die onderworpen zijn aan de kaaimantaks.
Er kan door de belastingplichtige evenwel steeds het tegenbewijs worden geleverd, door aan te tonen dat de juridische constructie onderworpen is aan een inkomstenbelasting die ten minste 15% bedraagt dan wel dat de inkomsten van deze juridische constructie in hoofdzaak worden behaald door de uitoefening van één of meerdere daadwerkelijke economische activiteiten.
Teneinde de DBI-aftrek te kunnen toepassen, is vereist dat voldaan is aan de participatievoorwaarde en de taxatievoorwaarde. Voor wat betreft de landen vermeld op de EU-lijst gaat men ervan uit dat niet voldaan is aan de taxatievoorwaarde, waardoor de DBI-aftrek niet kan worden toegepast.
Heeft u vragen over de impact van de update van de EU-lijst van niet-coöperatieve jurisdicties op een concrete situatie? Of heeft u bijstand nodig bij een fiscale controle of een discussie met de fiscus?
Wij helpen u graag verder.