Autokosten in de rechtspersonenbelasting verder verduidelijkt

Nieuwe parlementaire antwoorden en een administratief standpunt verduidelijken welke autokosten belastbaar zijn. Terugbetaalde autokosten blijven buiten de belastbare grondslag.

 

In een eerder artikel lichtten wij toe dat vzw’s en andere rechtspersonen die aan de rechtspersonenbelasting (RPB) zijn onderworpen, vanaf aanslagjaar 2027 belasting verschuldigd kunnen zijn op de gebruikskosten van bepaalde personenwagens (artikel 223, eerste lid, 6°, WIB 92). Het gaat in de eerste plaats om voertuigen met CO2-uitstoot die vanaf 1 januari 2026 worden aangekocht, geleased of gehuurd.

Intussen werden twee antwoorden op parlementaire vragen gepubliceerd die de draagwijdte van die nieuwe belasting verduidelijken (Vr. en Antw., KAMER, 2025-2026, nr. 56-034, 207 en nr. 56-038, 228). Daarnaast publiceerde de fiscale administratie een officieel standpunt over onder meer leasing, energiekaarten en laadstations (Standpunt AAFisc 26 november 2025, ref. 744.107-2).

Welke autokosten worden bedoeld

De belastbare grondslag omvat de kosten die verband houden met het gebruik van het voertuig. Volgens de minister en de administratie gaat het onder meer om:

  • afschrijvingen, huur- en leasingkosten;
  • tankkosten;
  • verzekeringen, verkeersbelasting en belasting op de inverkeerstelling;
  • milieuvignetten, parkeer- en tolkosten;
  • onderhoud, herstellingen, technische keuring en schoonmaakkosten.

Die opsomming is niet limitatief. Als uitgangspunt geldt dat de kosten voor het gebruik van een geviseerd voertuig in principe in de bijkomende belastbare grondslag worden opgenomen.

Deelwagens worden niet afzonderlijk vermeld. Aangezien het gebruik ervan doorgaans als huur van een voertuig kan worden aangemerkt, moet er evenwel van worden uitgegaan dat ook die kosten in principe belastbaar zijn wanneer het betrokken voertuig onder de regeling valt.

Terugbetaalde autokosten blijven buiten de belastbare grondslag

De minister bevestigt uitdrukkelijk dat kilometervergoedingen voor dienstverplaatsingen en andere terugbetalingen van autokosten aan werknemers of vrijwilligers niet belastbaar zijn in de RPB. Hetzelfde geldt voor bedragen die onder dezelfde omstandigheden aan bestuurders van een vzw worden toegekend.

Het gaat bijvoorbeeld om een werknemer, vrijwilliger of bestuurder die zijn eigen wagen gebruikt voor een opdracht van de vzw en daarvoor een kilometervergoeding ontvangt. De vzw betaalt dan een kost terug die met het voertuig van die derde werd gemaakt. Die terugbetaling valt buiten de nieuwe belastbare grondslag.

Daarmee worden de circulaire van 24 november 2025 (Circ. 2025/C/71) en het standpunt van de administratie bevestigd. Op dit punt wijkt de RPB af van de personen- en vennootschapsbelasting, waar terugbetaalde autokosten uitdrukkelijk als autokosten worden aangemerkt (art. 66, § 3, 2°, WIB 92).

Doorgerekende autokosten blijven in principe wel belastbaar

Een terugbetaling aan een werknemer, vrijwilliger of bestuurder mag niet worden verward met de doorrekening van autokosten aan een derde. Van doorrekening is bijvoorbeeld sprake wanneer een vzw met haar eigen voertuig een verplaatsing maakt in het belang van een derde en de kost nadien aan die derde factureert.

In de personen- en vennootschapsbelasting kan deze autokost onder bepaalde voorwaarden aan de derde worden doorgerekend zonder dat de aftrekbeperking bij de doorrekenende belastingplichtige wordt toegepast (cf. art. 66, §2, 4° WIB92). Die uitzondering is evenwel niet uitdrukkelijk overgenomen in de RPB.

Op basis van de huidige wettekst moet er daarom van worden uitgegaan dat de gemaakte autokost deel blijft uitmaken van de belastbare grondslag, ook wanneer zij afzonderlijk aan de derde wordt doorgerekend.

Wat geldt voor leasing energiekaarten en laadstations

Het officiële standpunt van 26 november 2025 bevat daarnaast enkele welgekomen verduidelijkingen over leasing, energiekaarten en laadstations.

Bij een operationele leasing worden de betaalde vergoedingen als huurkosten behandeld en maken zij integraal deel uit van de belastbare grondslag. Bij een financiële leasing worden de interesten en andere financiële kosten daarentegen niet als gebruikskosten van het voertuig beschouwd. Dat deel van de vergoeding valt dus buiten de RPB.

Ook de kosten van een energiekaart waarmee een werknemer een ter beschikking gestelde wagen aan een openbaar laadstation kan opladen, zijn belastbaar. Dat geldt zowel voor de laadkosten als voor de beheerskosten van de kaart.

De kosten van een laadstation waarin de rechtspersoon zelf heeft geïnvesteerd, worden daarentegen niet beschouwd als kosten die verband houden met het gebruik van voertuigen. Zij worden bijgevolg niet in de belastbare grondslag van artikel 223, eerste lid, 6°, WIB 92 opgenomen.

Wat betekent dit voor vzw’s en andere rechtspersonen

De nieuwe verduidelijkingen bevestigen dat het begrip autokosten ruim moet worden opgevat. Voor de aangifte in de RPB volstaat het daarom niet om alleen brandstof, onderhoud en leasing op te volgen. Ook bijkomende gebruikskosten, zoals parkeren, tol, schoonmaak en de beheerskosten van een energiekaart, verdienen aandacht.

De fiscale vergroening vertaalt zich voor verenigingen dus in een zekere bijkomende administratieve en financiële last.

 


Indien u hierover vragen zou hebben, aarzelt u dan ook zeker niet om contact op te nemen met ons kantoor.

Doolaege, Verbist & De Meyere BV
Koning Albertlaan 165
9000 Gent
BE 0647.999.788

+32 (0) 9 242 80 10
info@dvdtaxlaw.be