Birdnesting en de fiscale aftrek van onderhoudsgelden: Hof van Beroep Antwerpen aanvaardt aftrek

Context

In een eerder artikel  lichtten wij reeds de wetgevende initiatieven toe inzake de graduele beperking van de aftrek van onderhoudsuitkeringen.

In het kader van birdnesting [1] werd zowel door de Dienst Voorafgaande Beslissingen als door de rechtspraak geoordeeld dat de kinderen deel uitmaken van het gezin van hun beide ouders zodat geen van beide ouders recht heeft op fiscale aftrek van betaalde onderhoudsuitkeringen.

De voorwaarde dat de onderhoudsuitkeringen moeten worden betaald aan kinderen die geen deel uitmaken van het gezin van de onderhoudsplichtige is immers niet voldaan.

Onderhoudsgeld bij birdnesting: arrest Hof van Beroep Antwerpen 28 april 2026 (rolnr. 2024/AR/1158)

Relevante feitelijke gegevens

In een zaak, behandeld door het Hof van Beroep te Antwerpen, verzocht een onderhoudsplichtige vader het onderhoudsgeld dat hij heeft betaald aan zijn kinderen en zijn ex-echtgenote fiscaal in aftrek te brengen.

In het kader van een regeling met zijn ex-echtgenote werd door de familierechtbank bepaald dat de kinderen permanent in de gezinswoning zouden verblijven en de ouders deze gezinswoning afwisselend zouden betrekken. Zowel de ouders als de kinderen bleven op het adres van de gezinswoning gedomicilieerd.

Er werd beslist tot een co-housing-principe, waarbij moeder met de kinderen in de gezinswoning woont van zondag 8.30 uur tot donderdag 8.00 uur en vader met de kinderen in de gezinswoning woont van donderdag 8.00 uur tot zondag 8.30 uur. Er werd tevens een vakantieregeling uitgewerkt.

Tijdens het verblijf in de gezinswoning van de ene ouder is het de andere ouder verboden om de gezinswoning te betreden.

De fiscale administratie weigerde de fiscale aftrekbaarheid van de betaalde onderhoudsbijdragen voor de ex-echtgenote en de kinderen om reden dat zij nog steeds deel uitmaakten van het gezin van de vader en er dus niet was voldaan aan alle voorwaarden waarin artikel 104,1° WIB[2] voorziet.

Volgens de fiscale administratie ‘staan bij deze verblijfsregeling de behoeften van de kinderen centraal en vormen de kinderen als het ware de kern van het gezin. Aldus zou bij ‘birdnesting’ de feitelijke gezinstoestand worden aangehouden.’

Beslissing van het Hof van Beroep

In tegenstelling tot eerdere gepubliceerde uitspraken en het standpunt van de Dienst Voorafgaande Beslissingen oordeelde het hof van beroep dat in het voorliggende geval is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 104, 1° WIB opdat de betaalde onderhoudsbijdragen aftrekbaar zouden zijn.

Het Hof van beroep overwoog hierbij:

  • De vader vormt geen feitelijk gezin meer met zijn ex-echtgenote: dit volgt uit het feit dat is bepaald dat de vader en diens ex-echtgenote alternerend in de voormalige gezinswoning verblijven “bij uitsluiting van” de andere ouder met het verbod om de woning nog te betreden op straffe van uitdrijving. Van enig bestendig huiselijk samenleven en -wonen is tussen beide ex-echtgenoten dan ook geen sprake. Het feit dat zij alternerend in dezelfde woning verblijven wijzigt dit niet. De aan de ex-echtgenote betaalde onderhoudsgelden zijn dus aftrekbaar;
  • Het hof is ook van oordeel dat uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat de minderjarige kinderen tijdens het betrokken aanslagjaar geen deel meer uitmaakten van het gezin van de vader: er kan bezwaarlijk sprake zijn van een bestendig, feitelijk huiselijk samenleven en -wonen in de voormalige gezinswoning, ook niet met de kinderen, wanneer het de vader verboden is in de gezinswoning te verblijven, zelfs deze maar te betreden in de periode dat de moeder er met de kinderen verblijft;
  • Een verwijzing naar de regels rond fiscaal co-ouderschap[3] door de fiscale administratie achtte het hof irrelevant nu er geen sprake was van gelijkmatig verdeelde huisvesting;
  • Het hof neemt tevens de wijze van berekening van de onderhoudsgelden mee in haar oordeel: de onderhoudsbijdrage die de vader verschuldigd is voor zijn kinderen betreft een financiële bijdrage voor de periode dat de kinderen niet bij hem verblijven.

Relevantie voor de praktijk

De vraag rijst of het uitgangspunt dat onderhoudsgelden toch aftrekbaar zijn in geval van ‘birdnesting’ veralgemenend kan worden toegepast.

Uit de overwegingen van het hof blijkt dat het een uitgebreide analyse heeft gemaakt van de voorliggende feitelijke omstandigheden.

Het gegeven dat er een uitspraak was van een familierechtbank, het verbod om de woning te betreden wanneer de andere ouder in de gezinswoning verblijft, de afwezigheid van een gelijkmatig verdeelde huisvesting (de kinderen verblijven meer bij de moeder dan bij de vader) alsook de onderbouwde berekening van de onderhoudsbijdragen waaruit duidelijk kon worden afgeleid dat de onderhoudsgelden die werden betaald betrekking hadden op de periode tijdens de welke de kinderen bij de moeder verbleven, zijn niet te verwaarlozen feitelijke gegevens in het voorliggende dossier zodat een veralgemeende toepassing niet kan worden aangenomen.

Een belangrijk risico bij situaties waarbij wordt gekozen voor ‘birdnesting’ is het antwoord op de vraag of ook niet zou kunnen worden gediscussieerd over het feit of de kinderen deel uitmaken van het gezin van de andere ouder, opdat zij als fiscaal ten laste kunnen worden beschouwd van deze ouder.

Een aantal overwegingen van het hof kunnen ook in deze situatie gelden vooral wanneer er wel sprake zou zijn van gelijkmatig verdeelde huisvesting en tot de ietwat eigenaardige conclusie leiden dat de kinderen geen deel uitmaken van het gezin van deze ouder.

De nodige analyse van de feiten en voorzichtigheid is dan ook geboden.

Elke optimalisatie dient uit te gaan van een toetsing van de concrete feiten aan de fiscale voorwaarden en behoeft een professionele beoordeling.

DVDTAXLAW beschikt over een uitgebreide en erkende ervaring inzake gezinsfiscaliteit en kan u bijstaan de juiste keuze te maken teneinde elke discussie met de fiscale administratie uit te sluiten.


[1] Birdnesting is een co-ouderschapsregeling waarbij kinderen in het ouderlijk huis blijven wonen terwijl de ouders (meestal wekelijks) beurtelings verhuizen.

[2] Artikel 104, 1° W.I.B. 1992 bepaalt dat van het totale netto-inkomen worden afgetrokken, in zover zij in het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald, “80 pct. van de onderhoudsuitkeringen die de belastingplichtige regelmatig heeft betaald aan personen die niet deel uitmaken van zijn gezin, wanneer ze zijn betaald ter uitvoering van een verplichting op grond van het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek of van een gelijkaardige wettelijke verplichting in een buitenlandse wetgeving, alsmede 80 pct. van de kapitalen die zulke uitkeringen vervangen”

[3] artikel 132bis W.I.B.

Doolaege, Verbist & De Meyere BV
Koning Albertlaan 165
9000 Gent
BE 0647.999.788

+32 (0) 9 242 80 10
info@dvdtaxlaw.be