In Vlaanderen gelegen leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten komen tijdens hun jarenlange herontwikkelingstraject vaak in het vizier van de Vlaamse Belastingdienst.De Vlaamse Belastingdienst zal deze bedrijfsruimten immers, nadat het Departement Omgeving ze drie opeenvolgende jaren (d.m.v. een jaarlijks te verzenden registratieattest) heeft opgenomen in de Inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, aan een jaarlijks terugkerende belasting onderwerpen.Deze vaak erg hoge belasting kan echter nog in vele gevallen worden voorkomen.
Voorkom de belasting op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten
Leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten worden door de Vlaamse Belastingdienst onderworpen aan een jaarlijks terugkerende belasting vanaf het kalenderjaar dat volgt op de derde opeenvolgende registratie (d.m.v. een jaarlijks te verzenden registratieattest) in de Inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.
Deze belasting, die ten laste komt van diegene die op 1 januari van bovenvermeld kalenderjaar eigenaar is van de aan de belasting onderworpen bedrijfsgebouwen, kan door de betrokken eigenaars echter nog in vele gevallen worden voorkomen.
Kort samengevat beschikken zij in dit verband immers over een viertal mogelijkheden, met name:
- (1) de verkoop van de bedrijfsruimte vóór 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op de derde opeenvolgende registratie in de Inventaris;
- (2) het bekomen van een schrapping uit de Inventaris vóór de datum van de derde registratie in de Inventaris (bijvoorbeeld omdat de leegstand en/of verwaarlozing werd weggewerkt of omdat de bedrijfsgebouwen integraal werden gesloopt);
- (3) binnen de 30 dagen na de betekening van één van de drie opeenvolgende registratieattesten met succes beroep indienen tegen één van deze registratieattesten (bijvoorbeeld omdat de leegstand en/of verwaarlozing werd weggewerkt of omdat de bedrijfsgebouwen integraal werden gesloopt), zodat (minstens) één van de registraties komt te vervallen, waardoor er geen drie opeenvolgende registraties zijn en er dus ook geen belasting kan worden gevestigd; of
- (4) het bekomen van één van de Decretaal voorziene opschortingen (voor nieuwe eigenaars, voor vernieuwingswerken, voor brownfieldconvenanten, voor bodemsaneringsprojecten of voor tijdelijke leegstand om bedrijfseconomische redenen) op uiterlijk 31 december van het derde opeenvolgende registratiejaar, waardoor (op voorwaarde dat de bedrijfsruimte in tussentijd niet wordt overgedragen) de belastingen gedurende de opschortingstermijn zullen zijn opgeschort. Concreet wil dit zeggen dat de aanslagbiljetten wel zullen worden verzonden en dat er dus best ook (binnen een termijn van drie maanden) bezwaar tegen wordt ingediend (bijvoorbeeld op grond van overmacht), maar dat de opgeschorte belastingen uiteindelijk niet verschuldigd zullen zijn als er vóór het einde van de (eventueel verlengde) opschortingstermijn een schrapping uit de Inventaris kan worden bekomen (bijvoorbeeld omdat de leegstand en/of verwaarlozing werd weggewerkt of omdat de bedrijfsgebouwen integraal werden gesloopt).
Conclusie
De belasting op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten kan aanzienlijk oplopen, maar is vaak nog te voorkomen.
Eigenaars doen er daarom goed aan om tijdig na te gaan welke mogelijkheden voor schrapping, beroep, overdracht of opschorting van toepassing kunnen zijn.
Een correcte en tijdige aanpak kan voorkomen dat er na drie opeenvolgende registraties in de Inventaris een belasting verschuldigd wordt.
Eigenaars die in dit verband de bijstand wensen van ons kantoor, kunnen ons hierover uiteraard steeds contacteren.
Ons kantoor beschikt in dit verband immers – zoals ook blijkt uit eerdere nieuwsberichten over de belasting op leegstand, verwaarlozing, ongeschiktheid en/of onbewoonbaarheid – over een ruime expertise.