Gastcollege UGent: belasting op crypto in België – een praktisch overzicht van de fiscale regels (2026)
Op 11 maart 2026 gaf mr. Stijn Plas (DVDTAXLAW) een gastcollege aan de Universiteit van Gent over de belasting van …
In de praktijk blijft er veel onzekerheid bestaan over de fiscale behandeling van inkomsten uit cryptoactiva.
Naast de belasting van meerwaarden rijzen ook steeds meer vragen over de fiscale kwalificatie van passieve of recurrente inkomsten, zoals staking en liquidity rewards.
Sinds 1 januari 2026 moet de cryptobelegger rekening houden met de nieuwe meerwaardebelasting van 10%. Deze belasting is uitdrukkelijk van toepassing op meerwaarden gerealiseerd bij de overdracht onder bezwarende titel van “financiële activa”, waaronder ook cryptoactiva vallen.
Ook de cryptobelegger die handelt binnen het normaal beheer van zijn privévermogen (de “goede huisvader”) is voortaan belastbaar aan 10%. Deze belasting is in principe beperkt tot de waardestijging vanaf 1 januari 2026 (behoudens toepassing van een hogere historische aanschaffingswaarde) en geldt met een vrijstelling van 10.000 EUR per belastingplichtige [1] .
De hervorming wijzigt enkel het regime voor meerwaarden binnen normaal beheer. Het onderscheid tussen de drie klassieke categorieën blijft dus behouden:
De grens tussen deze categorieën blijft moeilijk af te lijnen. De beoordeling gebeurt op basis van criteria uit de rechtspraak, zoals de frequentie van transacties, de mate van organisatie, de oorsprong van de middelen en de houdperiode. Discussies met de fiscus blijven dus mogelijk.
Een voorafgaande beslissing bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB of Rulingdienst) blijft daarom een nuttig instrument om rechtszekerheid te verkrijgen.
De Rulingdienst maakt daarbij gebruik van een specifieke vragenlijst cryptomunten, die tot voor kort 17 vragen bevatte en bedoeld is om het toepasselijke fiscale regime te bepalen.
De Rulingdienst heeft deze vragenlijst recent aangepast naar aanleiding van de invoering van de meerwaardebelasting. Daarbij werden vragen geschrapt, aangevuld en toegevoegd (klik hier voor de aangepaste vragenlijst cryptomunten van de Rulingdienst 2026).
De vraag of cryptomunten worden bewaard via een hardware wallet is geschrapt.
Dit is niet verwonderlijk. In de praktijk bleek dit immers al lang geen doorslaggevend criterium. Of cryptoactiva al dan niet decentraal worden bewaard, zegt weinig over het fiscale profiel van de belegger. Andere factoren zijn (meer) bepalend.
Bovendien ging de Rulingdienst er aanvankelijk blijkbaar van uit dat een hardware wallet uitsluitend zou kunnen worden gebruikt om cryptomunten te “stockeren” [2]. De (ervaren) cryptobelegger weet uiteraard dat dit niet klopt. Er waren destijds al vele decentrale toepassingen waarvan gebruik kan worden gemaakt met een hardware wallet (in het bijzonder: het gebruik van een decentraal handelsplatform of DEX voor het verhandelen van cryptomunten), en deze toepassingen zijn de laatste jaren alleen maar toegenomen.
Ook de vraag naar investeringen in een zogenaamd “cryptocurrency saving fund” is geschrapt.
Ook dit is niet verwonderlijk. Dit begrip wordt immers niet gebruikt in de cryptowereld en leidde tot interpretatieproblemen. Zelfs de Rulingdienst kon geen duidelijke voorbeelden geven. In de praktijk werd soms gedacht aan centrale platformen zoals Celsius of BlockFi (beiden ondertussen failliet trouwens), maar dit werd nooit bevestigd.
Bij de vraag naar de frequentie van aan- en verkoopverrichtingen wordt nog steeds een volledig historisch overzicht gevraagd (detail van alle transacties).
Nieuw is dat dit overzicht ook per jaar moet worden samengevat.
Dit lijkt ons inderdaad de meest pragmatische werkwijze om het al dan niet actief karakter van de gehanteerde beleggingsstrategie te beoordelen. De Rulingdienst aanvaardt immers dat de kwalificatie in de tijd (en dus jaar-op-jaar) kan wijzigen, op voorwaarde dat een duidelijke breuklijn kan worden aangetoond [3]. Een belegger kan dus evolueren van een speculatief profiel naar een normaal beheer (bv. bij overgang naar een buy-and-hold-strategie).
Er werd een nieuwe vraag toegevoegd over passieve inkomsten uit cryptoactiva, zoals staking, harvesting en liquidity rewards.
De Rulingdienst kwalificeert deze inkomsten in de praktijk (vaak) als interesten in de zin van artikel 17 WIB 92, belastbaar aan 30% zonder kostenaftrek.
Dit standpunt is betwistbaar. Het standpunt van de Rulingdienst is naar onze mening immers onvoldoende genuanceerd (voor wat betreft de staking rewards), en fundamenteel onjuist (voor wat betreft de liquidity rewards). Het zal uiteindelijk aan de rechtbank zijn om hier een beslissing in te nemen.
De vragenlijst peilt voortaan niet alleen naar de huidige beroepsactiviteit, maar ook naar de activiteit op het moment waarop de investeringen zijn gestart.
Dit is een terechte toevoeging, en – wat ons betreft – ook het meest relevante moment van beoordeling van de impact van de eventuele band met de beroepswerkzaamheid.
De belangrijkste aanpassing betreft de berekening van het toegelaten investeringsbedrag in crypto ten opzichte van het totale vermogen.
Zoals ondertussen ook publiek bekend is geraakt [4], hanteert de Rulingdienst hierbij een betwistbare grens van 25%. Indien de belastingplichtige meer dan 25% van zijn “roerend vermogen” heeft geïnvesteerd in crypto, besluit de Rulingdienst quasi-automatisch tot het bestaan van abnormaal beheer [5]. In zo’n geval was een kwalificatie als goede huisvader dus uitgesloten.
Waar vroeger werd gekeken naar het totale “roerende vermogen”, wordt nu verwezen naar het “financieel vermogen” (spaargeld, aandelen, obligaties en andere liquide beleggingen).
Niet-financiële activa, zoals een auto of kunst, worden dus niet langer mee in rekening genomen.
Dit lijkt een bewuste verstrenging van het rulingbeleid. In de praktijk zal het aandeel van cryptoactiva hierdoor sneller boven de (betwistbare) drempel van 25% uitkomen, waarna de Rulingdienst doorgaans uitgaat van abnormaal beheer.
Daarnaast wordt voortaan ook een gedetailleerd vermogensoverzicht gevraagd op meerdere tijdstippen:
Dit overzicht moet chronologisch en in tabelvorm worden opgesteld:

Het louter beantwoorden van deze vraag met uitsluitend de vermelding van een percentage (zoals vroeger courant gebeurde), lijkt voortaan dus niet meer toegelaten. Dit percentage zal concreet moeten blijken uit de cijfers.
De aangepaste vragenlijst bevestigt dat de Rulingdienst haar analyse verfijnt en meer nadruk legt op feitelijke onderbouwing.
Tegelijk blijven een aantal standpunten betwistbaar, in het bijzonder wat betreft:
Een ruling blijft daarom een nuttig instrument, maar vereist een doordachte voorbereiding en strategische positionering.
[1] Dit bedrag van 10.000 EUR wordt jaarlijks geïndexeerd en kan na 5 jaar oplopen tot 15.000 EUR wanneer men 5 jaar lang geen gebruik heeft gemaakt van de vrijstelling. Ook dit laatste bedrag wordt geïndexeerd.
[2] Zie bv. Voorafgaande beslissingen nrs. 2018.0710 en 2017.0709 van 16 oktober 2018: “de aanvrager doet beroep op een hardware wallet om de risico’s op hacking tot een minimum te beperken; dit houdt in dat een frequent verhandelen van cryptomunten minder voor de hand ligt”.
[3] Voorafgaande Beslissing nr. 2024.0383 van 16 juli 2024; Voorafgaande Beslissing nr. 2024.0210 van 23 april 2024.
[4] Zie de parlementaire voorbereiding bij de nieuwe meerwaardebelasting: “Er werd vijf, zes jaar geleden een beslissingsboom ontwikkeld door de rulingcommissie. Op vraag van de voormalige minister van Financiën, de heer Van Peteghem, zijn er een aantal zaken afgesproken. Klopt het dat wanneer iemand 25 % of meer van zijn grondvermogen in crypto heeft, dit dan beschouwd wordt als abnormaal beheer?” (Parl.St. 2025-2026, 53, nr. 1244/004, 229). Een vraag die de Minister van Financiën trouwens ontwijkend heeft beantwoord en alvast niet heeft ontkend ((Parl.St. 2025-2026, 53, nr. 1244/007, 5).
[5] Zie bv. Voorafgaande beslissing nr. nr. 2024.0694 van 22 oktober 2024.
DVDTAXLAW beschikt over uitgebreide expertise inzake de fiscale behandeling van cryptoactiva.
Heeft u vragen over uw fiscale situatie? Wenst u een analyse van uw portefeuille of bijstand bij een rulingaanvraag? Of wordt u geconfronteerd met een fiscale controle?
Neem gerust contact op.