Rulingdienst spreekt zich uit over de fiscaliteit van bitcoin-trackers

Belgische beleggers die blootstelling willen aan bitcoin, hoeven daarvoor niet noodzakelijk rechtstreeks bitcoin aan te kopen via een gespecialiseerd cryptoplatform zoals Binance, Kraken of Coinbase. Zij kunnen ook kiezen voor een beursgenoteerd financieel product dat de koers van bitcoin volgt en dat via een klassieke effectenrekening kan worden aangekocht (zoals een bitcoin-ETP of bitcoin-ETN) .

Dergelijke producten bieden beleggers de mogelijkheid om blootstelling aan bitcoin te verkrijgen zonder de cryptomunten zelf rechtstreeks te moeten aankopen of bewaren. Ook in de ruling die in deze bijdrage centraal staat, volgt de waarde van het betrokken beursgenoteerde instrument rechtstreeks de prijsontwikkeling van bitcoin.

De fiscale behandeling van dergelijke bitcoin-trackers is evenwel niet vanzelfsprekend. Is de winst bij verkoop bijvoorbeeld een meerwaarde of interest? Wat gebeurt er wanneer het instrument niet op de beurs wordt verkocht, maar door de emittent zelf wordt teruggekocht? En welke taks op beursverrichtingen is van toepassing?

Op 30 juni 2026 sprak de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) zich uit over deze vragen. De beslissing betreft een beursgenoteerde bitcoin-tracker die juridisch is gestructureerd als een schuldinstrument, maar waarvan het rendement rechtstreeks gekoppeld is aan de waardeontwikkeling van bitcoin (Voorafgaande beslissing nr. 2026.0259 d.d. 30 juni 2026).

Geen klassieke bitcoin-ETF, maar doorgaans een beursgenoteerd schuldinstrument

Een eerste belangrijk onderscheid is terminologisch. Bitcoin-trackers worden vaak onder de ruime noemer ETP (Exchange Traded Product) geplaatst. Dat is een verzamelterm voor verschillende soorten beursgenoteerde producten, waaronder ETF’s (Exchange Traded Funds), ETN’s (Exchange Traded Notes) en ETC’s (Exchange Traded Commodities).

Binnen Europa nemen bitcoin-trackers doorgaans niet de vorm aan van een klassieke UCITS-ETF die rechtstreeks in bitcoin belegt. Onder het huidige Europese UCITS-kader behoort bitcoin immers niet tot de activa waarin een UCITS-fonds zonder meer rechtstreeks kan beleggen.

Om beleggers toch via de klassieke effectenmarkt blootstelling aan bitcoin te bieden, worden dergelijke producten in Europa daarom vaak anders gestructureerd. In de praktijk gebeurt dit vaak via een ETN of een vergelijkbaar beursgenoteerd schuldinstrument. De belegger koopt dan geen bitcoin zelf, maar een financieel instrument waarvan de waarde de koersontwikkeling van bitcoin volgt.

Anders dan bij een klassieke ETF is de belegger daarbij evenwel geen deelnemer in een beleggingsfonds. Bij een ETN koopt hij juridisch een schuldinstrument uitgegeven door een emittent en verkrijgt hij dus in wezen een vorderingsrecht tegenover die emittent. De juridische structuur verschilt daarmee wezenlijk van die van een ETF, ook al kan het economische resultaat voor de belegger sterk vergelijkbaar zijn.

De ruling: vijf fiscale beslissingen

De ruling behandelt vijf fiscale punten:

  1. Een bitcoin-tracker kwalificeert niet als vastrentend effect;
  2. Winst bij verkoop aan een derde (op de secundaire markt) is geen interest;
  3. Een surplus bij een terugkoop of aflossing door de emittent kwalificeert wel als interest;
  4. De meerwaarde valt onder de nieuwe meerwaardebelasting van 10% (indien normaal beheer);
  5. Aankoop en verkoop zijn onderworpen aan beurstaks (de “TOB”) van 0,35%.

Geen vastrentend effect

Vooreerst aanvaardt de Rulingcommissie dat het betrokken bitcoin-product geen vastrentend effect is in de zin van artikel 2, §1, 8° WIB en artikel 19, §2 WIB.

Een bitcoin-tracker heeft immers geen vaste looptijd, draagt geen interest, geeft geen recht op periodieke betalingen, biedt geen kapitaalbescherming en bevat geen click-systeem of gegarandeerd rendement. De waarde is rechtstreeks gekoppeld aan de prijsontwikkeling van de cryptomunt (in dit geval: Bitcoin).

Hoewel het betrokken product juridisch als een schuldinstrument is gestructureerd, verschilt het op die punten dus wezenlijk van een klassieke obligatie, kasbon of ander vastrentend effect. Het rendement vloeit niet voort uit een contractueel toegekende interest of een vooraf bepaald rendement, maar uit de evolutie van de onderliggende bitcoinprijs.

Dit betekent concreet dat de eventuele meerwaarde bij verkoop van een bitcoin-tracker niet automatisch als interest zal worden belast op grond van artikel 19, §2 WIB. Dat neemt echter niet weg dat in bepaalde gevallen nog steeds sprake kan zijn van interest op basis van de algemene bepaling van artikel 19, § 1, 1° WIB (zie ook hierna).

Deze redenering is overigens niet volledig nieuw. De Rulingcommissie volgde reeds een vergelijkbare benadering voor beursgenoteerde producten die blootstelling geven aan edelmetalen. Zo werd in een ruling van 3 mei 2016 (nr. 2015.632) ook reeds t.a.v. bepaalde goudgerelateerde effecten aanvaard dat zij niet kwalificeerden als vastrentende effecten kwalificeren, ook al waren ook deze producten juridisch gestructureerd als schuldinstrumenten.

Verkoop op de secundaire markt: meerwaarde, geen interest

De ruling bevestigt vervolgens dat de winst die wordt gerealiseerd bij verkoop van de bitcoin-ETP aan een derde op de secundaire markt niet als interest kwalificeert.

Ook dat is logisch. De verkoopprijs wordt betaald door een derde-koper, niet door de emittent als vergoeding voor een lening, deposito of schuldvordering. Fiscaal gaat het dan om een meerwaarde.

Voor Belgische particuliere beleggers betekent dit dat een dergelijke verkoop een overdracht onder bezwarende titel van een financieel actief vormt en bijgevolg in beginsel onder het nieuwe regime voor meerwaarden op financiële activa valt. Bij een verrichting die kadert binnen het normale beheer van het privévermogen is de gerealiseerde meerwaarde aldus onderworpen aan het afzonderlijke tarief van 10%, behoudens onder meer de jaarlijkse vrijstelling en de regeling voor historische meerwaarden.

Terugkoop door de emittent: technisch interest, praktisch beperkt

Naast een gewone verkoop op de secundaire markt voorziet het instrument ook in een mogelijkheid tot rechtstreekse aflossing bij de emittent (physical redemption). In dit geval verkoopt de belegger zijn tracker niet aan een derde, maar wordt het financiële instrument door de emittent zelf afgelost. De afwikkeling gebeurt daarbij in natura: de belegger ontvangt de hoeveelheid bitcoin waarop de betrokken effecten recht geven, na aftrek van de toepasselijke aflossingsvergoeding.

Fiscaal maakt de ruling voor deze hypothese een bijzonder onderscheid. Voor zover de waarde die de belegger bij de aflossing ontvangt de oorspronkelijke uitgifteprijs van het effect overschrijdt, wordt dat surplus beschouwd als een terugkoopbonus en bijgevolg als interest in de zin van artikel 19, § 1, 1° WIB. Het valt dan niet onder de nieuwe meerwaardebelasting.

In de praktijk lijkt deze hypothese evenwel van beperkt belang voor particuliere beleggers. Het instrument is open-end en zonder vaste vervaldag en is ontworpen om op de secundaire markt te worden verhandeld. De normale exit bestaat dan ook uit een verkoop op de beurs. Volgens de aanvrager werd sinds de lancering bovendien nog geen enkel rechtstreeks terugkoopverzoek ingediend door een investeerder die geen geautoriseerde deelnemer is.

Nieuwe meerwaardebelasting van 10%

De ruling bevestigt dat winst bij verkoop van de bitcoin-ETP door Belgische particuliere beleggers kan vallen onder artikel 90, eerste lid, 9°, c) WIB 92: de nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa.

In dat geval wordt de gerealiseerde meerwaarde in principe belast tegen het afzonderlijke tarief van 10%, rekening houdend met onder meer de jaarlijkse vrijstelling en de bijzondere regels inzake de bepaling van de belastbare meerwaarde, waaronder de regeling voor historische meerwaarden.

Belangrijk is wel dat de ruling geen vrijgeleide vormt voor elke crypto- of bitcoinbelegging. De Rulingcommissie preciseert dat de beslissing geen uitspraak doet over een eventueel speculatief karakter van de belegging of over een mogelijke kwalificatie als beroepsinkomen.

Zoals wij eerder toelichtten, heeft de invoering van de nieuwe meerwaardebelasting niet tot gevolg dat de aloude kwalificatievraag komt te vervallen. Bij een normale particuliere belegging zal het 10%-regime het uitgangspunt zijn, maar bij een actieve, speculatieve of professionele beleggingsstrategie blijft een andere en duurdere fiscale kwalificatie mogelijk. In de praktijk is vooral de kwalificatie als normaal beheer, abnormaal beheer of beroepsactiviteit vaak het echte discussiepunt.

Beurstaks van 0,35% bij aan- en verkoop

Naast de inkomstenbelasting speelt bij een bitcoin-ETP nog een tweede fiscale kost: de taks op de beursverrichtingen (TOB).

Krachtens artikel 120 WDRT is er in principe een TOB verschuldigd op alle beursverrichtingen die betrekking hebben op Belgische of buitenlandse financiële instrumenten en die voor rekening van een Belgische ordergever worden aangegaan of uitgevoerd.

De ruling bevestigt dat de aan- en verkoop van de betrokken bitcoin-ETP door Belgische ordergevers op de secundaire markt onderworpen is aan de TOB tegen een tarief van 0,35%, met een maximum van 1.600 EUR per verrichting. Dat tarief geldt zowel bij de aankoop als bij de latere verkoop.

Dat vormt een belangrijk verschil met een rechtstreekse aankoop van bitcoin. Wie rechtstreeks bitcoin koopt en verkoopt, verhandelt de cryptomunt zelf en niet het beursgenoteerde financiële instrument waarop de TOB betrekking heeft. Op een dergelijke rechtstreekse aankoop of verkoop van bitcoin is dan ook in beginsel geen TOB verschuldigd.

Wat de transactietaks betreft, is een rechtstreekse belegging in bitcoin dus goedkoper. Wie bijvoorbeeld voor 100.000 EUR een bitcoin-ETP koopt en deze later opnieuw voor 100.000 EUR verkoopt, betaalt – abstractie makend van andere kosten – 350 EUR TOB bij aankoop en nogmaals 350 EUR bij verkoop.

Daarbovenop komen bij een bitcoin-ETP doorgaans ook lopende productkosten zoals een TER (Total Expense Ratio), management fee of product fee. Die worden niet noodzakelijk afzonderlijk aan de belegger aangerekend, maar kunnen rechtstreeks in de waarde van het product worden verwerkt. Ook bij het product uit de ruling wordt de TER op die manier aangerekend: het aan elk effect verbonden bitcoin-recht wordt dagelijks verminderd met het toepasselijke gedeelte van de TER.

Dit betekent uiteraard niet dat een bitcoin-ETP daarom steeds de minder aangewezen keuze is. Voor bepaalde beleggers kan het net aantrekkelijk zijn om blootstelling aan bitcoin te verkrijgen via een gewone effectenrekening, zonder zelf bitcoin te moeten bewaren of private keys en wallets te beheren. De keuze tussen een bitcoin-ETP en een rechtstreekse bitcoinbelegging is dan ook ruimer dan de fiscaliteit alleen. Wie beide alternatieven vergelijkt, moet evenwel rekening houden met zowel de TOB bij in- en uitstap als de terugkerende productkosten van de ETP.

Impact voor Belgische crypto-beleggers

Voor Belgische cryptobeleggers is deze ruling relevant omdat zij bevestigt dat een beursgenoteerd bitcoin-product niet automatisch als een vastrentend of interestgenererend product wordt behandeld louter omdat het juridisch als een schuldinstrument is gestructureerd. Wanneer het betrokken instrument op de secundaire markt aan een derde wordt verkocht, kwalificeert de gerealiseerde winst volgens de Rulingcommissie als een meerwaarde en niet als interest.

Tegelijk mag de draagwijdte van de beslissing niet worden overschat. De ruling heeft betrekking op een specifiek bitcoin-product zonder kapitaalbescherming, periodieke coupon, vooraf bepaald rendement of vaste vervaldatum, waarvan de waarde rechtstreeks de ontwikkeling van de onderliggende bitcoinprijs volgt. Net die kenmerken spelen een belangrijke rol in de fiscale analyse.

Dezelfde conclusie kan daarom niet zonder meer worden doorgetrokken naar andere crypto- of DeFi-producten. Wanneer het rendement wél vooraf in het protocol is ingebouwd (bv. via een vooraf bepaalde of bepaalbare vergoeding met kapitaalbescherming), kan de kwalificatie als roerend inkomen en meer bepaald interest veel nadrukkelijker aan de orde zijn. De Rulingcommissie verwijst zelf naar dergelijke kenmerken als relevante aanknopingspunten bij de beoordeling van gestructureerde financiële producten.

Voor crypto-beleggers is het onderscheid dus fundamenteel: niet alleen het onderliggende actief, maar vooral ook de juridische en economische structuur van het product bepaalt de fiscale behandeling. Twee producten die economisch allebei blootstelling geven aan bitcoin of een andere cryptomunt, kunnen daardoor fiscaal verschillend worden behandeld.

In de praktijk zien wij dat dit onderscheid geregeld wordt onderschat. Zeker bij meer complexe crypto- en DeFi-producten kan het daarom aangewezen zijn de fiscale kwalificatie vooraf grondig te analyseren en, bij voldoende onzekerheid of belang, eventueel voorafgaande rechtszekerheid te zoeken via een ruling.


DVDTAXLAW begeleidt Belgische particuliere beleggers, ondernemers en vermogensbeheerders bij de fiscale analyse van cryptoactiva, bitcoin-ETP’s, DeFi-strategieën en andere digitale beleggingsproducten.

Ook in geval van een fiscale controle verdedigen wij uw belangen met kennis van zaken.

Heeft u vragen over de fiscale behandeling van uw cryptoportefeuille, bitcointrackers of de nieuwe meerwaardebelasting? Of wenst u bijstand in geval van een fiscale controle of verdediging in bezwaar of voor de rechtbank? Neem gerust contact op.

Doolaege, Verbist & De Meyere BV
Koning Albertlaan 165
9000 Gent
BE 0647.999.788

+32 (0) 9 242 80 10
info@dvdtaxlaw.be