Ook een managementvennootschap kan genieten van het gunsttarief in de erfbelasting
Samenvatting De rechtbank in Gent oordeelde in een zaak van ons kantoor op 27 januari 2026 dat een erfgenaam recht …
In een recent goedgekeurd voorontwerp van Programmadecreet bij de begroting 2026 kondigt de Vlaamse Regering belangrijke wijzigingen aan voor het gunstregime in de schenk- en erfbelasting voor familiale vennootschappen. In essentie komt de gewijzigde regelgeving erop neer dat residentieel vastgoed zal worden uitgesloten van het gunstregime en dat er een verplicht waarderingsverslag zal moeten worden opgesteld. De voorgestelde wijzigingen zouden in werking treden op 1 januari 2026 en van toepassing zijn op alle authentieke schenkingsakten die worden verleden (of nalatenschappen die openvallen) vanaf die datum.
Dit voorontwerp maakt deel uit van een breder pakket aan hervormingen in de schenk- en erfbelasting. Naast de wijzigingen aan het gunstregime voor familiale vennootschappen, voorziet het decreet ook in een nieuw verlaagd tarief voor de erfgenamen van kinderloze alleenstaanden (de zgn. “singlevermindering”), een verhoging van de voetvrijstelling voor de langstlevende partner (van 50.000 EUR naar 75.000 EUR), en een verstrenging van de voorwaarden voor het verlaagd verkooprecht (2% i.p.v. 12%) bij de aankoop van de enige eigen woning. In dit nieuwsbericht beperken wij ons tot een bespreking van de voorgenomen wijzigingen aan het fiscaal gunstregime bij de schenking of vererving van familiale vennootschappen.
Vennootschappen die kwalificeren als een “familiale vennootschap” kunnen vandaag genieten van de volgende fiscale gunstregeling:
Om van dit gunstregime te kunnen genieten, moet de vennootschap voldoen aan verschillende voorwaarden:
Van zodra is voldaan aan de wettelijke voorwaarden, kan de volledige waarde van de aandelen genieten van het fiscaal gunstregime, ook al zijn bepaalde activa van de vennootschap niet gelinkt aan de operationele economische activiteit. Een recent voorbeeld uit de rechtspraak betreft het zgn. “Beenhouwerij-arrest” van het hof van beroep van Gent [3]. In dit arrest werd door het hof geoordeeld dat de aandelen van een slagersvennootschap in aanmerking kwamen voor het gunstregime, ook al bezat deze vennootschap daarnaast ook een aanzienlijk (privaat) vastgoedpatrimonium (de gezinswoning, een tweede verblijf, verhuurde appartementen, bouwgronden, enz.). Bovendien kwam het hof tot de vaststelling dat, wanneer een dergelijke vennootschap kwalificeert voor het regime van familiale vennootschappen, de volledige waarde van de aandelen onder het gunsttarief valt (inclusief de waarde van het privaat patrimonium dat wordt aangehouden door de familiale vennootschap). Het Grondwettelijk Hof oordeelde recent dat een dergelijke interpretatie niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel [4].
Aan de hand van het recent goedgekeurde wetsontwerp wenst de Vlaamse regering de bovenvermelde rechtspraak buiten spel te zetten. Volgens de parlementaire voorbereiding zou het immers “geenszins de bedoeling [zijn] dat zuiver privaat patrimonium onder de vrijstelling of aan het verminderd tarief wordt overgedragen”.
Vandaar dat de Vlaamse regering het gunstregime wil beperken tot de operationele bedrijfsactiviteit (met uitsluiting van niet-bedrijfsgerelateerd vermogen), zonder het gunstregime volledig af te schaffen.
De belangrijkste aanpassingen zijn als volgt:
In het kader van de begroting 2026 heeft de Vlaamse Regering een voorontwerp ingediend waarbij het huidige fiscaal gunstregime voor de schenking of vererving van een familiale vennootschap niet langer van toepassing zal zijn op de aandelenwaarde die wordt vertegenwoordigd door residentieel vastgoed.
Het voorontwerp voorziet dat de wijzigingen in werking treden op 1 januari 2026. Dit betekent dat zij van toepassing zullen zijn op authentieke schenkingsakten die worden verleden (of nalatenschappen die openvallen) vanaf deze datum.
Uiteraard betreft dit nog slechts een voorontwerp, en kan er dus nog een en ander worden gewijzigd en verduidelijkt. De principiële beslissing lijkt ons echter al te zijn genomen.
Voor aandeelhouders van familiale vennootschappen met residentieel vastgoed in portefeuille die toch al van plan waren om hun aandelen op (korte) termijn door te schenken, lijkt het ons daarom opportuun om deze schenking nog vóór 1 januari 2026 te laten verlijden. Op deze manier zou alsnog toepassing kunnen worden gemaakt van het huidige gunstregime, waarbij de volledige waarde van de aandelen (incl. de component vertegenwoordigd door residentieel vastgoed) zou kunnen worden vrijgesteld.
Ons team van specialisten volgt deze ontwikkelingen op de voet en helpt u graag verder met advies op maat over uw successieplanning en de overdracht van uw familiebedrijf.
[1] Artikel 2.8.6.0.3 VCF e.v.
[2] Artikel 2.7.4.2.2 VCF e.v.
[3] Gent 1 juni 2021, rolnr. 2020/AR/660.
[4] GwH 23 maart 2023, nr. 51/2023.